De Geschiedenis van de Aarde

 

Ons Grote Werk, de diepere betekenis van onze historische rol heeft te maken met een nieuwe beleving van de Aarde: die schitterende blauw -witte planeet die in het uitspansel hangt, dagelijks rond haar as draait en in een jaar haar baan rond de Zon maakt. 

Zeven continenten rijzen op uit de grote wereld – oceaan. De poolstreken stijgen op uit de grote wereld – oceaan en zijn uitgestrekte vlaktes van sneeuw. De Sierra Nevada langs de westelijke rand van de beide Amerika’ s, de Alpen in Europa, de Himalaya in Nepal, de T’ien Shan in China, de Kilimanjaro in Afrika, geven de continenten een geweldige grootsheid. De rivieren stromen van de bergen, door de vlakten naar de zee. Regenwouden omgorden de planeet rond de evenaar. Zulke uitzichten maken een overweldigende indruk als we er van boven af op neer kijken.

Wij denken zelden op deze manier aan de Aarde: wij zijn te geconcentreerd met de velden en bossen bezig of verliezen ons in de commerciële bedrijvigheid van de steden. Wij spreken over de natuur, de wereld, de schepping, het milieu, het universum, zelfs als het in feite om de Aarde gaat. Toch hebben we pas sinds kort de Aarde met haar ronde contouren gezien.

Hoe meer we leren over de Aarde, hoe duidelijker we de bevoorrechte planeet zien, een schepping en het geboorteland van een enorme hoeveelheid levende wezens. Pas kort geleden leerden we de Aarde kennen binnen het verband van een bredere kennis van het universum zelf. Door de natuurwetenschappen beginnen we te begrijpen hoe de Aarde werd geboren uit de grotere processen van het heelal, hoe het leven en hoe wij zelf nog maar zo kort geleden ontstonden. Maar als we die wetenschappelijke kennis hebben, dan ontbreekt het ons nog aan een dieper gevoel en een rijp besef van de mystiek van de Aarde. Wij zien de Aarde meer als een middel tot economische doeleinden of als een voorwerp van wetenschappelijk onderzoek, en niet als een wereld van verwondering, pracht en mysterie, van eindeloze verrukking voor de menselijke geest en verbeelding.

free picture internet Rafi Sig

Vroeger was er meer intimiteit op de Aarde dan tegenwoordig. Dieren en mensen waren één familie. Deze relatie kwam tot uitdrukking in de gebeeldhouwde totems die wereldwijd zijn gevonden. De krachten van het universum werden aangesproken als grootvaders en grootmoeders. Er was een diep contact met de krachten en de geesten van de natuur. Door rituelen konden mensen deelnemen aan de grote liturgie van het universum zelf. De rituelen aan het begin van de seizoenen verbonden mensen met het ritme van de cyclus van de zon en de maan. Bouwwerken werden gericht op de positie van de hemellichamen, iets waar we nu zelden aan denken.

Het tijdperk waarin de mens werd geboren was vol verwondering en creativiteit. Zonder vroegere tijden te beschouwen als een mythisch paradijs was er soms een opmerkelijke continuïteit tussen de diverse levensvormen. Menselijke activiteiten waren een deel van de grotere gemeenschap en het functioneren daarbinnen. Ieder schepsel bezat zijn eigen levensprincipe, zijn eigen vermogen om zich te ontplooien, zijn eigen stem. Mensen, dieren, planten en alle natuurverschijnselen, waren vervlochten in het grote verband van de Aardegemeenschap. Zoals Henri Frankfort het uitdrukt in Beyond Philosophy: “Natuurverschijnselen werden gewoonlijk uitgedrukt in woorden van menselijke ervaring, en menselijke ervaring in die van kosmische gebeurtenissen”.

Het menselijke en het kosmische kwamen het meeste overeen in China. Menselijke activiteiten door het jaar heen, werden in de cyclus van de seizoenen opgenomen. Zo zien we in Li Chi, het boek over de rituele voorschriften over de kleding van de keizer, dat de paleiskamers waarin hij verbleef, de muziek en de ceremoniën allemaal zorgvuldig overeen kwamen met de seizoenen. Als lentemuziek werd gespeeld in de herfst, dan was de kosmische orde verstoord.

Zoals Wang Yang – Ming in zijn Questions on the Great Learning meldt , was hethoogste wat de mens in dit opzicht kon bereiken, zichzelf te ervaren als ‘een van lichaam met hemel, Aarde en myriaden schepselen’. In het grote scheppingsgebeuren van het heelal was de mens ‘de derde, samen met hemel en Aarde’ omdat een oerkracht vorm gaf aan de hele orde van alles.

Het samengaan van mens en natuur als een heilige Gemeenschap zien we in de ervaring van Black Elk, een Lakota Sioux Indiaan, zoals hij vertelt in zijn levensverhaal Black Elk Speaks. Toen hij negen jaar oud was, had hij een bijzonder visioen over de hemel. Het hoogtepunt was een grote kosmische dans die begon met het lied van een zwarte hengst die in de hemel was. Hier zien we duidelijk een gevoeligheid voor de heilige dimensie van het heelal, een soort natuurbewustzijn dat in onze westelijke godsdiensten niet zo aangetroffen wordt.

Vroeger was er wel een dergelijke innige verbondenheid met de kosmos. We vinden dit terug in de mystiek van personen als Hildegard van Bingen, Richard van St. Victor, Meister Eckhart en Johannes van het Kruis. Vroeger ontwikkelden Christenen een liturgie die nauwkeurig het gebed verbond met de prachtige momenten van de dageraad en de zonsondergang, met gebeurtenissen in het heelal en met de seizoenswisselingen. Deze liturgie werd het trouwste uitgevoerd in de middeleeuwse Benedictijnse en Cisterciënzer kloosters van Europa. De sociale orde werd bepaald door dit levensritme. De feestdagen van heiligen waren de oorspronkelijke ‘holy days’.

Wij raken de band met de natuur kwijt als we een seculiere levenshouding aannemen. De natuur wordt dan kwetsbaar voor het toeslaan van de mens. Hoewel de Christelijke wereld de kosmologische orde beleefde, was deze toch meer gericht op de historische gang van zaken. En juist deze historische gerichtheid, maakt onze Westerse Wereld zo machtig op het vlak van de politieke en economische overheersing van de wereld, en tegelijk zo gevoelig voor verlies van de nauwe betrokkenheid bij de natuur. Dit leidde tot de opvatting dat de natuur er voornamelijk is om te gebruiken en niet als een uitdrukking van een grootse aanwezigheid.

Na een eeuw wetenschappelijk onderzoek en commercie, moeten we ons afvragen hoe we een manier kunnen vinden om onze houding te veranderen. Hoe kunnen we de geestelijke energie opbrengen die nodig is om ons los te maken van onze industriële plundereconomie? We zouden kunnen beginnen bij ons fundamentele gevoel voor de werkelijkheid zoals deze nu is. Ons begrip van de werkelijkheid kan niet zomaar de mythologische wereld van het verleden zijn of beperkt tot de tradities die opgeslagen liggen in ons bewustzijn. Hoe het ook moge zijn in andere gemeenschappen en andere tijden, wij functioneren vanuit de natuurwetenschappen die ons leren dat het heelal zich binnen het wereldgebeuren en vanuit zelfregulerende krachten ontwikkelt.

Drie zaken zijn belangrijk voor ons begrip van de werkelijkheid: de natuurwetenschap, de evolutie van het heelal en het vermogen daarvan om voor zichzelf te zorgen. We kunnen het niet stellen zonder onze vroegere ervaringen van het ontzagwekkende dat tot uiting kwam in de grote Kosmische Liturgie. We kunnen niet zonder onze humanistische tradities, onze kunst, poëzie en literatuur. Maar deze tradities kunnen niet van binnenuit bewerken wat gedaan moet worden. Die vroegere ervaringen en verworvenheden gingen over heel andere dingen, en verschilden zozeer van de wereld aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Om de huidige uitdaging van het milieuprobleem aan te kunnen, moet hier verandering in komen omwille van de evolutie van het heelal.

We kunnen de eerdere beschuldigingen tegen het materialisme van ons wetenschappelijk streven niet accepteren. De natuurwetenschappen maakten een verdere ontwikkeling door in het mechanistische verstaan van een zogenaamde objectieve wereld zoals enkele eeuwen geleden in de natuurkunde van Newton tot uiting kwam. Wie weten nu dat onze kennis subjectief is en dat wij als intelligente wezens de diepste dimensies van het heelal kunnen doorgronden. Vroeger wisten we door terugredeneren dat het deeltje de werkelijkheid is en het geheel daarvan is afgeleid. Nu erkennen we dat het nog belangrijker is om vooruit te zien, omdat we de deeltjes en hun krachten niet kunnen kennen als we niet naar het geheel kijken dat zij hebben veroorzaakt. Als wij de elementen alleen zien in hun geïsoleerde individualiteit, dan hebben wie maar een gering begrip van wat zij werkelijk zijn. Om atomen te begrijpen moeten we deze elementen zien in hun centrale rol in moleculen, mega-moleculen, in het leven van de cel, in het leven van organen en zelfs in intellectuele waarneming omdat atomische structuren leven en functioneren in het grote scala van al de schitterende planten en dieren van de Aarde. Maar ook in de diepste geestelijke emotionele en spirituele ervaringen van de mens.

Er is een spirituele component in koolstof, zoals er een koolstof component actief is bij onze hoogste geestelijke ervaringen. Als sommige wetenschappers dit alles als een louter materieel proces beschouwen, dan noem ik wat zij materie noemen verstand, ziel, geest of bewustzijn. Mogelijk is het een zaak van terminologie omdat wetenschappers soms ook wel de termen ‘ontzagwekkend’ en ‘mysterie’ gebruiken. Meestal zeggen ze op een of andere manier dat sommige van de natuurverschijnselen waar ze mee bezig zijn ‘hun toch wel iets doen’.

  1. Het beste is om te bedenken dat geest en materie twee dimensies zijn van een enkele realiteit die tot stand komt in een enorme variatie van vormen in het heelal door een of ander zelfregulerend proces. Wij beginnen de realiteit te erkennen in het wonderbaarlijke van wat er tot stand is gekomen. Het is echter onmogelijk dit te vatten in een wetenschappelijke formule of een door mensen opgestelde vergelijking.
  2. Het tweede aspect van onze huidige kennis is, dat het heelal zich aan ons voordoet als een proces dat niet terug te draaien is. We leven niet langer in een ruimtelijke orde van bewustzijn, waar de tijd wordt ervaren als een reeks veranderingen zoals in de Platonische wereld. We leven nu niet zozeer in een kosmos maar in een Kosmogenese. Wij leven in een heelal dat evolueert. Er is een niet terug te draaien opeenvolging van ontwikkelingen die gaan van een geringe naar een grote complexiteit en van bewustzijn.

3. De derde manier om onze tijd te evalueren, is te erkennen dat er op ieder niveau een  fundamentele tendens bestaat tot zelfordening. Dit vinden we op het fysieke en het biologische vlak, en op het niveau van reflecterend bewustzijn. In de oudheid was men gevoeliger voor de verbazingwekkende fascinerende natuur. Wij hebben nu onze eigen wegen die, als ze op de juiste manier worden toegepast, kunnen leiden tot onze eigen manier van contact met de natuur en zelfs van een hernieuwing van de Aarde in een nieuwe ecologische gemeenschap. Toen we de poëzie van het heelal kwijt waren, veranderde dat toen de astronauten thuis kwamen, overweldigd door de oneindigheid en de schoonheid van wat zij hadden ervaren. Vooral het zien van de Aarde vanaf de maan, op een afstand van bijna 200,000 mijl was overweldigend. In hun aantekeningen brak plotseling een nieuwe poëtische schoonheid door.

De astronaut Edgar Mitchell vertelt ons van een verbazingwekkende ervaring die hij had toen hij vanuit de ruimte naar de Aarde keek en deze blauw -witte planeet daar zag zweven en hij de Zon zag ondergaan ‘tegen de achtergrond van de diepzwarte en fluwelen kosmos’. Hij werd overspoeld door het besef dat er ‘in de kosmos een doel en richting is van energie, tijd en ruimte’ groter dan hij ooit had ervaren.

Deze gevoelsmatige beleving van het heelal en de Aarde laat ons dieper beseffen dat er tien miljard jaar nodig was om de Aarde te doen ontstaan, en nog eens 4,6 miljard om de Aarde met schoonheid te tooien. Want de huidige Aarde is niet de Aarde zoals die altijd was en altijd zal zijn. Het is de Aarde in een fase van snelle ontwikkeling in het evolutieproces. We moeten de Aarde niet zien als een melodie die zich ontwikkelt in een muzikale compositie. De opeenvolging van gebeurtenissen die in de tijd plaats hadden moet je zien zoals in muziek de eerdere noten zijn vervlogen als de latere worden gespeeld: maar in muzikale zin moet de gehele symfonie gelijktijdig worden gehoord. Wie begrijpen de beginnoten pas echt als we de latere noten hebben gehoord. Ieder nieuw thema verandert de betekenis van de vroegere en de gehele compositie. Het openingsthema klinkt door in alle latere delen van het stuk.

Het moment van de oorsprong van het heelal is voor ons een verbazingwekkend moment; een mysterie dat zich door de eeuwen heen ontvouwt. Het opvlammen van de oer-energie droeg alles in zich wat ooit zou plaatsvinden in de lange reeks ontwikkelingen die het heelal in de huidige staat zouden brengen. Het moment van oorsprong droeg het heden in zich, zoals het heden te verklaren is uit het moment van de oorsprong. Het oer-gebeuren is het begin van ons persoonlijk verhaal, want het verhaal van het universum is het verhaal van ieder individu. We konden de werkelijkheid van de oorspronkelijke uitbarsting niet kennen, totdat de mens de scheppende kracht van dit proces, de sterrenstelsels, de Aarde, de vele levensvormen en het concept van het heelal begreep.

Na het oermoment volgde er een reeks van ontwikkelingen: de vorming van de eerste generatie sterren in diverse sterrenstelsels, daarna het ineenstorten van een van deze sterren en de verspreiding van delen door de gehele ruimte. Uit de energie van deze supernova ontstond een reeks elementen. Daardoor was toekomstige ontwikkeling van leven op Aarde mogelijk, want daar was een grote hoeveelheid elementen voor nodig.

Zo kon ons zonnestelsel met zijn negen planeten ontstaan. De versplinterde fragmenten van de voormalige ster verzamelden zich door de zwaartekracht tot een nieuwe ster, onze Zon, en omringde deze met negen planeten. De Aarde ontstond op een bijzondere manier; tastend naar een ongekende toekomst, en met de potentie voor alsmaar grotere differentiatie en een steeds inniger samenhang van de delen waaruit de planeet bestaat. We zijn met stomheid geslagen als we realiseren dat de Aarde de juiste afstand heeft gevonden tot de Zon waardoor het niet te warm en niet te koud zou zijn. Dat de doorsnede van de Aarde niet te groot is (en zo uit meer gas zou bestaan, zoals Jupiter), noch te klein is ( en zodoende rotsachtiger zoals Mars). Dat de maan werd geplaatst met een precisie dat deze niet te dichtbij staat, want dan zouden de getijden de continenten overstromen. En niet te ver af, want dan zouden de zeeën geen stroming kennen.

De radioactieve elementen binnen in de Aarde, leverden de hitte voor de vulkanische uitbarstingen die de atmosfeer en de zeeën veroorzaakten en de continenten boven de Aarde tilden. Er vonden veel mysterievolle zaken plaats in die tijd, maar niets was zo mysterieus als het scheppen van de voorwaarden die nodig waren voor de oorsprong van het leven en het uiteindelijke verschijnen van de mens. Het verhaal van de 3,4 miljard jaar leven is zo verweven met het verhaal van de Aarde, dat wij ons niet meer kunnen voorstellen dat de Aarde eerst volledig gevormd was voordat het leven ontstond.

We weten dat de Aarde tot stand is gekomen door vier grote componenten: land, water, lucht en leven, die elkaar beïnvloedden door het licht en de energie van de zon. Hoewel er een volgorde was bij de vorming van het land, de atmosfeer, het water en het leven, waren deze zo met elkaar verweven bij het tot stand komen van de Aarde, dat we toch moeten aannemen dat zij allemaal voor elkaar bestemd waren en vanaf het begin elkaar beïnvloedden.

Hoewel er een oeratmosfeer, een oerzee en een oerland waren, veranderden deze tijdens het proces van ontwikkeling zo, dat we de Aarde op de eerste plaats kunnen zien als een levensproces. We kunnen het verhaal vertellen van opeenvolgende gebeurtenissen bij de vorming van de Aarde: de eerste vorm van atmosfeer en de zeeën met hun chemische bestanddelen, en daarna het verhaal van de cel zonder kern, de fotosynthese, de cel met kern en de ademhaling. Dan komen de meer ingewikkelde levensvormen. We moeten voor ogen houden dat iedere fase van ontwikkeling het gevolg is van evolutie: een proces dat in een nieuwe fase kwam bij de geboorte van menselijk bewustzijn. Deze eenheid van het heelal werd gemakkelijker begrepen in de Klassieke Tijd toen Plato in zijn Timaeus het idee van een wereldziel die het hele universum bezielt, voorstelde. Dit idee, een anima mundi, hield tot in de zeventiende eeuw in Europa stand.

Bij het vertellen van het verhaal van de Aarde, is de volgorde van ontwikkeling van leven belangrijk: de afgelopen 600 miljoen jaar, het Paleozoïcum ( van 570 miljoen – 240 miljoen jaar geleden), het Mesozoïcum (240- 65 miljoen jaar geleden) en het Kenozoïcum ( vanaf 65 miljoen jaar tot nu). Hoewel het nuttig zou zijn om de vroegere biologische tijdperken te bespreken, is het Kenozoïcum het tijdperk dat ons het meest interesseert. In deze tijd werd onze wereld gevormd. Hoewel veel levende wezens van het Kenozoïcum er al waren in het vroegere Mesozoïcum, kwamen zij pas tot volle ontwikkeling in het Kenozoïcum. Dit is de tijd waarin de bloemen met hun fantastische kleuren en vormen verschenen. En van de grote loofbomen in de gematigde klimaten en van de tropische regenwouden rond de evenaar. Het is de tijd van de vogels in al hun variaties van vorm, kleur, zang en paringsrituelen. En het is vooral de tijd van de zoogdieren. De bonte menigte van levensvormen, mogelijk wel twintig miljoen soorten, beleefde haar grootste pracht in dit tijdperk. Wie zullen deze soorten nooit allemaal kennen, want vele zijn verschenen en weer verdwenen in het natuurlijke evolutieproces. Nu roeien wij zelf soorten uit in aantal en snelheid die ver uitstijgen boven het uitroeien in het vroegere natuurlijke evolutieproces sinds het begin van het Kenozoïsche tijdperk.

Het late Kenozoïcum was een zeer creatieve periode van fantasie en buitengewone speelsheid. Het was een heel lyrisch moment toen de mens op het toneel verscheen: stil, ergens aan de rand van de savanna in noordoost- Afrika. Van hieruit verspreidden de mensen zich later over Azië en Europa. Van de vroegere overgangstypen, stamden ruim zestigduizend jaar geleden onze moderne voorouders af met een ontwikkelde spraak, abstracte taal, de vaardigheid om gereedschap te maken, uitgebreide familiegemeen-schappen met zang en dans en met uitgebreide riten, en met beeldende kunsten van verbazingwekkende grootsheid. Dit alles gebeurde in het late Paleolithische tijdperk.

Tienduizend jaar geleden kwam de mensengemeenschap in het Neolithische Tijdperk met nieuwe sociale structuren, weven en pottenbakken, teelt van tarwe en rijst, het houden van schapen, varkens, vee, paarden, pluimvee en rendieren. Dit tijdperk kenmerkte zich door het ontstaan van dorpen. Uit deze dorpen ontstonden de eerste steden van de wereld langs de Eufraat en de Tigris, de Nijl, de Indus, de Gele Rivier en de Mekong. Later kwamen de Maya’s van het Yucatán schiereiland, de Toltec in Midden- Amerika en de Inca’s op de hoogvlakten van Peru. Vijfduizend jaar geleden ontstond in Sumerie de westerse beschaving die tenslotte leidde tot de Europese beschaving.

In diverse beschavingen in nederzettingen op de wereld, kwam het menszijn tot uiting in een verbazingwekkende vindingrijkheid en het gebruik van taal, religieuze riten, verstandelijk inzicht, sociale organisatie en gevoel voor kunst. De Aarde was deze vijfduizend jaar vol muziek en dans, godsdienstige ceremonies en toneel bij groepen mensen overal ter wereld. Dit was niet alleen een uitdrukking van een grote waaier van creativiteit van de mens, maar ook van de Aarde zelf.

Met al die pracht veroorzaakte de mens een echte verandering op de planeet.

Vooral in de afgelopen eeuwen van techniek en industrie is de heelheid van de planeet ontwricht. Terwijl de Aarde werd geëxploiteerd door het kappen van de wouden, het beploegen van de velden, het leggen van dammen in de rivieren en het doden van dieren, werd de Aarde ook getooid met de piramiden van Egypte, het grote tempelcomplex de Borobudur in Indonesië, Ankor Wat in Cambodja, de grote Muur in China, de kathedralen van Europa en de bouwwerken van de Maya’s, de Inca’s en de Azteken in Noord -en Zuid Amerika. Deze prestaties waren de uiting van een groot mysterie, en hielden verband met de kosmische krachten.

Meestal zijn die kunstwerken gegrond in de eigen tradities van de volken, van hun mythologische opvattingen en van hun idee over hoe alles was in het begin, hoe zij geworden zijn zoals ze nu zijn en hoe we met onze muziek, zang en dans deze oneindige viering van het heelal en de planeet Aarde vertolken. Wij hebben ook nu, in onze moderne wetenschappelijke eeuw, op een ongekende wijze ons eigen heilige verhaal gemaakt. Het epos van de evolutie dat ons door wetenschappelijke observatie en kritische analyse leert hoe het heelal ontstond, hoe de ontwikkelingen in de loop van miljarden jaren waren, hoe ons zonnestelsel ontstond en hoe de Aarde werd gevormd en ons voortbracht.

Met alle onvolkomenheden van ieder verhaal, vertelt het epos van de evolutie ons het verhaal van het heelal zoals dit nu gekend is, door het hedendaagse onderzoek waarover we nu beschikken. Dit is ons heilige verhaal. Het is onze manier van omgaan met het grootse mysterie van het ontstaan van alle dingen. Het is veel meer dan het spreken over materie en hoe deze toevallig tot stand kwam in de zichtbare wereld om ons heen. Want het proces van de evolutie, zoals de geneticus Theodore Dobzhansky uitdrukt, is niet toevallig maar creatief. Creativiteit is geen rationeel proces of een irrationeel dwalen van de ongedisciplineerde geest, maar het ontstaan van schoonheid, zoals een madeliefje opbloeit uit de donkere Aarde.

Om het ontzagwekkende aspect van het heelal zoals verteld in dit verhaal te kunnen verwerken, moeten we begrijpen dat wijzelf een van de diepste dimensies van het heelal oproepen. We kunnen onze speciale intellectuele en emotionele mogelijkheden herkennen. Dat deze mogelijkheden als dimensies van het heelal vanaf het eerste begin bestonden, is helder. Want het heelal maakt deel uit van zichzelf in alle uitingen in de onmetelijke ruimte en in de gang van de ontwikkeling door de tijd. De mens is noch een toevoeging aan, noch een inbreuk op het heelal. Wij zijn het heelal.

Het heelal is in ons geopenbaard zoals wij zijn geopenbaard in het heelal. Deze stelling kan worden toegepast op ieder aspect daarvan omdat ieder wezen een speciale eigenschap van het heelal in zijn totaliteit uitdrukt. Inderdaad kan niets in het universum afgescheiden zijn van enig ander schepsel, noch kan enig moment van de geschiedenis van het heelal los staan van andere ogenblikken in het verhaal. Toch is het zo dat wij in ons op eigen unieke manier het heelal en de Aarde in volle werkelijkheid kunnen ervaren.

Th. Berry: Het Grote Werk, hoofdstuk 2. ISBN0-609-80499-5

Vertaling en bewerking: J. Barten en E. Verrijt /