Bioregio’s-Hoe we de Aarde opnieuw kunnen bewonen

 

Thomas Berry

(uit Dream of the Earth, Hoofdstuk 12)

Het universum uit zich in de schittering van de sterren en de uitgestrekte sterrenstelsels. Maar de wonderbaarlijkste uiting van het universum is toch wel deze kleine planeet: een planeet die nooit in de tegenwoordige vorm zou kunnen bestaan als het universum haar niet voorzien had van levenskracht. Onze planeet is geen gelijkvormige bol, maar een combinatie van zeer verschillende landschappen en gebieden. Er zijn pool- en tropische streken, kuststreken en binnenlanden, bergketens en vlakten, rivierdalen en woestijnen.Ieder van die streken of ‘bioregio’s’  heeft een eigen geologie, klimaat, flora en fauna en vormt een levensgemeenschap op zich. Elke bioregio is een eenheid op zichzelf, maar is ook hecht verbonden met de andere omringende bioregio’s. Samen drukken zij de pracht uit van deze planeet, de tuin van het universum.

Binnen dit geheel van levensgemeenschappen verscheen de mens. En door te participeren in die levensgemeenschappen op het meest fundamentele niveau heeft de mens zich kunnen handhaven en ontwikkelen. Vroeger waren wij ons er terdege van bewust dat we afhankelijk waren van onze bioregio. Later vergaten we dit, en in plaats daarvan gingen we met onze technologische en wetenschappelijke vindingen de bioregio naar onze hand zetten. Dit heeft de leefsystemen verstoord en de bloei en diversiteit die deze gemeenschappen in het verleden kenden, is nu sterk afgenomen.

Hoewel wij mensen, evenals de andere soorten, in een zorgelijke situatie zijn geraakt, zijn wij ons niet echt bewust van de oorzaken, en kunnen dus ook geen begin maken met het herstel van de leefsystemen waar alles van afhangt. Ontwrichting van deze leefsystemen heeft ook bijgedragen aan de ontwrichting van de mensengemeenschap zelf.Sociale onrust en internationale spanningen zijn vaak gedeeltelijk of geheel het gevolg van de ontwrichting van de leefsystemen, maar de mens is meestal niet in staat om dit te onderkennen. Wij proberen onze sociale noden te verhelpen met industriële maatregelen, zonder dat we merken dat die leiden tot verdere ecologische schade. Onze aandacht is gericht op het verdelen van Aardse rijkdommen, maar die rijkdommen zélf verkeren in gevaar. Dat gevaar wordt veroorzaakt door het verlies van landbouwgrond doorbebouwing, verzilting en desertificatie en door de verwoesting van bossen. Ondergrondse watervoorraden raken uitgeput en moerassen en broedplaatsen verdwijnen voor zowel vogels als vissen.

Alle sociale groeperingen, instituten, overheden, en naties, zouden er goed aan doen om de relatie van de mens met de Aarde te evalueren en te herzien. Vooruitgang zal moeten worden gemeten met een bio-centrische graadmeter i.p.v. antropocentrische of economische graadmeters (bv. Bruto Nationaal Product). Antropocentrisch wil zeggen,gericht op de mens. Bio-centrisch wil zeggen, gericht op het leven in zijn geheel. Als er sprake is van echte vooruitgang, moet de hele levensgemeenschap erop vooruitgaan. Iedere vorm van vooruitgang voor de mens ten koste van de grotere levensgemeenschap, zal uiteindelijk leiden tot een vermindering van de kwaliteit van het leven van de mens zelf. Een verziekt milieu zal ziekelijke mensen voortbrengen. Dat is niet alleen zo op economisch gebied, maar geldt voor álles wat de mens betreft. De pracht en kracht van een gezonde Aarde is te herkennen aan de verscheidenheid van het land, de zeeën, en de planten en dieren. Zij vormen de kleuren, klanken en gestalten waaruit het grote symfonische toneelstuk hier op Aarde bestaat. Een schouwspel dat ons door de eeuwen heen heeft geïnspireerd en onze verbeelding en emoties heeft gevoed. Om nog maar niet te praten over onze letterlijke voeding. Lucht, water, grond, zaadjes en zonlicht, allen werken zij samen in een integraal levensproces. Wij zijn lichamelijk en geestelijk ingebed in dit levensproces en zolang dit in takt blijft zal het ons ook goed gaan.

De moeilijkheden ontstonden toen we de levende gemeenschap ondergeschikt maakten aan de mens, denkend dat dit in ons eigen voordeel zou zijn. Maar onze huidige technologieën functioneren niet in harmonie met de systemen van de Aarde. Omdat we niet meer in staat zijn om de natuurlijke processen te volgen, proberen we met technisch geweld deze processen te wijzigen. Met onze chemicaliën dwingen wij, bijvoorbeeld, de grond meer te laten produceren dan met de natuurlijke ritmen mogelijk is. Het gevolg is dat we nu leven in een wereld die steeds onvruchtbaarder wordt (de mensen incluis), een uitgewoonde wereld, en een wereld waarin de leven gevende impulsen verdwijnen.

Er is een eenvoudige oplossing voor al deze problemen. En die oplossing is dat wij weer gaan participeren in de levensgemeenschap van de Aarde en dat wij de vooruitgang en welvaart van de bioregio’s waartoe wij behoren weer in acht gaan nemen. Een bioregio is een bepaald geografisch gebied met bepaalde biologische, geologische en chemische kenmerken dat duurzaam is en zichzelf telkens weer vernieuwt. Alle biologische functies vinden er plaats, niet alleen die van individuele planten en dieren, maar ook die van het totale ecosysteem dat zowel de levende als de niet-levende materie in dat gebied omvat. En elk onderdeel van zo’n leefsysteem, moet zich om te overleven in- en aanpassen aan het functioneren van de grote gemeenschap.

In principe zijn er zes functies die een bioregio uitvoert: ze houdt zichzelf in stand, voedt zichzelf, onderricht zichzelf, bestuurt zichzelf, geneest zichzelf en vindt haar eigen vervulling. Deze functies worden hieronder nader toegelicht.

  1. De bioregio houdt zichzelf en de individuele soorten in stand Deze functie verlangt dat we de rechten van iedere soort erkennen: het recht op woongebied, op migratie routes en het recht van de soort om zijn eigen functie in de gemeenschap in te nemen en te vervullen. Ook al komen en gaan de individuele generaties, de gemeenschap zelf blijft bestaan. Wel moet, wat soorten en aantallen betreft, het evenwicht binnen de gemeenschap gehandhaafd blijven. Als mensen land in bezit nemen en daarbij andere vormen van leven uitsluiten, is dat een diepe overtreding van de principes van de gemeenschap.
  2. De bioregio heeft als functie zichzelf te voeden De tweede functie van de bioregio, zichzelf kunnen voeden, verlangt dat de leden van de gemeenschap zich houden aan de bestaande structuren van de natuur voor het welzijn van henzelf en van de hele gemeenschap. Binnen die structuur is de uitbreiding van iedere soort beperkt door natuurlijke vijanden of natuurlijke grenzen, zodat geen enkel individu of soort kan gaan domineren. Dit geldt, of zou ook moeten gelden, voor de mens (als lid van de gemeenschap) en zijn activiteiten. Zoals het verzamelen van voedsel, landbouw, handel en de economie. Je zou een bioregio zowel kunnen beschouwen als een handelsonderneming en een biologisch proces. Net als in de economie vindt in de natuur een voortdurende uitwisseling plaats van waarden, vergaring van kapitaal en de speurtocht naar efficiëntere manieren van functioneren. De ecosystemen van de Aarde zijn ons beste voorbeeld voor een handelsonderneming: er is sprake van een uiterst efficiënt en minimale afvalproductie, dat ook nog eens volledig afbreekbaar en niet giftig is.
  3. Een bioregio geeft gelegenheid tot zelfkennis en evolutie De derde functie van een bioregio is het bieden van de mogelijkheid tot leren en evolueren. Dit gebeurt door het overnemen van en aanpassen aan fysieke, chemische, biologische en culturele modellen, die met elkaar verweven zijn. Het hele weergaloze evolutieproces is niets anders dan dat de Aarde van zichzelf leert door te experimenteren, en dat gebeurt in de verschillende bioregio’s. De Aarde en ieder van de bioregio’s heeft oneindig veel experimenten uitgevoerd om de leefsystemen zoals wij die nu kennen te ontwerpen. Vanuit dit gezichtspunt is de evolutie van de leefsystemen en de manier waarop de natuur zichzelf iets aanleert, een klinkend voorbeeld voor de mens. Om te leren hoe wij kunnen overleven en onszelf in stand houden, zouden we er goed aan doen om lering te trekken uit de evolutionaire processen van de Aarde.
  4. De bioregio draagt zorg voor zelfregulering De vierde functie van een bioregio is die van de zelfregulering. Er bestaat binnen iedere levensgemeenschap een functionele ordening. Deze ordening wordt niet van buiten af opgelegd, maar is een innerlijke “ordening” van de gemeenschap. Hierdoor kan ieder plant of dier op zijn eigen wijze deelnemen, en kan zodoende z’n eigen leven leven. Als wij mensen beraadslagen en beslissingen nemen, zouden we rekening moeten houden met alle leden van de grote gemeenschap. Een goed voorbeeld van deze ordening op grote schaal zijn de seizoenen. In alle gematigde streken van de wereld komen seizoenen voor, waardoor het leven tot bloei kan komen, verwelken en zich daarna weer vernieuwen. Niet alleen de planten en dieren volgen deze ordening, maar vroeger voegden de mensen zich er ook naar en participeerden er hartstochtelijk in. De seizoenen en ook andere cyclische gebeurtenissen, zoals de zonnewende of de eerste dooi werden intens gevierd. Een zeer belangrijk thema voor Berry is dat alle levensvormen hun eigen leven behoren te kunnen leiden op die wijze die bij hun soort hoort. Herten hebben recht op een herteleven, en egels op een egelleven,vlierbessen op een vlierbessen leven.
  5. De bioregio heeft een helende werking De vijfde functie van de bioregionale gemeenschap is de zelfgenezing. Net zoals een wond zichzelf geneest, kan ook een ecosysteem zichzelf genezen, mits het niet te ver is aangetast. De gemeenschap voorziet niet alleen in voedsel voor haar leden, ze voorziet ook in de krachten die nodig zijn voor herstel. Dit heeft bijvoorbeeld plaats als bossen zijn beschadigd door storm, of als velden door droogte zijn verdord, of wanneer sprinkhanen een streek kaalgevreten achterlaten. In al die omstandigheden past het leven zich aan en ontvangt het de krachten die nodig zijn voor genezing. De mensheid zal ook genezen als zij leeft in overeenstemming met de ordening van de gemeenschap en openstaat voor het ontvangen van de voedende en genezende krachten.
  6. De bioregio geeft vervulling De zesde functie van een bioregio bestaat uit het proces dat leidt tot de vervulling van haar eigen levensdoel. Wij hopen dat ieder mensenkind tot volle bloei zal komen en uitdrukking kan geven aan haar aangeboren talenten; het is niet anders voor de gemeenschap van de natuur. De gemeenschap komt tot vervulling in haar leden: in de bloeiende velden, in de majestueuze eiken, in de vlucht van de leeuwerik, in de walvis die aan de oppervlakte komt en op elke andere manier waarop de natuur zich ten volle manifesteert. Dit geldt ook voor de seizoenen, zoals de mysterieuze vernieuwing in de lente. Het is hier in dit ontzagwekkende mysterie van het universum dat de mens zijn speciale taak heeft te vervullen. De mens geeft vorm aan de karakteristieke cultuur van iedere bioregio, zoals die bijvoorbeeld tot uiting komt in de kerkelijke liturgieën, markten en feesten, in de kunstvormen, spel, muziek en dans.

De toekomst van de mens zal worden bepaald door de manier waarop wij deelnemen aan alle zes functies in onze eigen bio-regionale levensgemeenschap. Waar het op zal neerkomen is een omslag van een uitbuitende, antropocentrische instelling naar een participerende eco- of bio-centrische houding. Tot dusver is deze discussie beperkt gebleven tot het innerlijk functioneren van de bio-regionale gemeenschappen, want dat is de meest directe basis om te overleven. Als die gemeenschappen niet hun essentiële functies kunnen uitvoeren, dan kan ook de Aarde als super bio-regionaal gebied haar rol niet vervullen. Een individuele bioregio is, zoals gezegd, tot op zekere hoogte in staat zichzelf te onderhouden, maar niet volledig. Dat komt doordat lucht en water zich niet aan grenzen houden en over de hele planeet kunnen stromen. Hetzelfde geldt voor bepaalde diersoorten. Veel vogels kunnen gemakkelijk de grenzen van bioregio’s en zelfs van hele continenten overschrijden. Dus uiteindelijk zijn alle bioregio’s van elkaar afhankelijk en als er een wordt aangetast worden ze allen aangetast. Een goed voorbeeld van deze onderlinge afhankelijkheid wordt gevormd door bepaalde toxische emissies die weliswaar op een plek kunnen ontstaan maar zich over de hele planeet via water en lucht kunnen verspreiden.

Ondanks alle problemen is er een groeiende beweging om de Aarde weer te gaan bewonen in een betere relatie met heel de levensgemeenschap. Die beweging is nog, enigszins zoekend, bezig om vorm te geven aan alle aspecten van onze samenleving, inclusief onderwijs, economie, bestuur, gezondheid en godsdienst, gebaseerd op het bioregio principe. Alleen als wij de diverse bioregio’s, en vooral onze eigen bioregio, onderkennen kunnen we onze eigen plek binnen de bio-regionale leefgemeenschap weer gaan innemen. Het is vanuit onze eigen plek binnen de bio-regionale leefgemeenschap dat we werkelijk kunnen beseffen wie we zijn.

Bioregio’s worden niet alleen geïdentificeerd door hun ecosystemen en hun geografische grenzen, maar ook door hun culturele mythen en de plaatselijke historie. De invulling hiervan bepalen wij door onze eigen deelname aan dit proces.


 

Dream of the Earth: hoofdstuk 12  ISBN 0-87156-622-2

Vertaald met toestemming van Thomas berry door Michiel Doorn. Tekst is opgenomen in het boekje Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven in 2009 door  Lulu.com  Wordt op verzoek gedrukt.

Bio regio Tilburg. Eigen foto

De Aarde: Een Sacrale Gemeenschap

Thomas Berry (uit Evening Thoughts, hoofdstuk 4)

Er is een enorme verandering gaande op Aarde. Niet het einde van de Verlichting, zoals wel wordt gezegd, maar eerder iets dat te vergelijken is met de val van Rome; het is groter dan de eventuele ineenstorting van de Westerse beschaving. Het is een overgang die meer omvat dan alle eerdere veranderingen in de geschiedenis van de mensheid. Een overgang die niet alleen de sociale of culturele ordening betreft, maar ook de chemische en geologische kringlopen die leven hier op Aarde mogelijk maken en een verandering in de ecologische systemen zelf.

Deze verandering betreft niet alleen de toekomst van de mens, maar ook die van ieder levend wezen hier op Aarde. De toekomst van de Aarde zelf in haar meest wezenlijke uiterlijke en innerlijke structuur wordt nu bepaald door menselijk handelen voortvloeiend uit de merkwaardige rol die we ons hebben aangemeten. De hoofdoorzaken voor dit gebeuren zijn een uitvloeisel van onze beschaving zelf en de klassieke en daarmee verbonden religieuze context waar die op gebaseerd is.

Het is opvallend dat onze Westerse religieuze instellingen tamelijk onverschillig zijn ten aanzien van wat er aan het gebeuren is: de vernietiging van grote delen van de natuur en dus van het leven op Aarde. Deze onverschilligheid komt waarschijnlijk door de overdreven aandacht van de religieuze tradities voor het transcendente principe, letterlijk het ontstijgen van de wereld. Maar wat is die natuur en wat is die wereld? Het is de voornaamste manifestatie van het Goddelijke in ons universum. Dus de vernietiging van de natuur staat gelijk aan de vernieling van de plaats waarin Gods oorspronkelijke scheppingskracht het meest zichtbaar is.

Onze beleving, dus ook onze religieuze beleving, wordt bedreigd als de pracht van de Aarde ernstig achteruit gaat. Onze ervaring van de grootsheid van al wat heilig is, is verbonden met het feit dat we in een schitterende wereld leven. (Als we op de maan zouden wonen, zou onze beleving van alles en dus ook het Goddelijke, net zo saai zijn als een maanlandschap).

Zelfs als we serieus trachten om de problemen van het leven op Aarde in een theologisch raamwerk te plaatsen, blijkt dat de religieuze tradities maar weinig aandacht hebben voor wat er gaande is. Onze religies en met name het Christendom, het Jodendom en de Islam, existeren in een andere wereld, een wereld van convenanten met het Goddelijke waarin zorg voor de Aardegemeenschap of de natuur van geen enkel belang is. Men is hoofdzakelijk bezig met de relatie tussen mens en God. De gemeenschap van leven van de Aarde is echter de enige locatie waar men “God kan ontmoeten.” Een onderzoek van de universiteit van Yale in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat hoe religieuzer de mensen zijn, hoe minder ze bij de natuur betrokken zijn. Religieuze aandacht is gericht op moreel gedrag, sociale misvattingen, vroomheid, en innerlijkheid. Ze gaan niet uit van de grotere context, de relatie van onze gemeenschap met de Aarde. In plaats van het geven van culturele therapie en moralistisch advies zou religie eens bij zich zelf te rade moeten gaan om haar rol in de gemeenschap van de Aarde te herzien.

Mens en de natuur vormen één heilige voortgaande gemeenschap. Dit komt goed tot uitdrukking in de visie die de Lakota Indiaan Black Elk had op negenjarige leeftijd. Hij was getuige van een grootse kosmische dans op het ritme van het gezang van een schitterende zwarte hengst uit de hemel. Black Elk zegt: “Alles luisterde en deed mee, en het was nog mooier dan je je maar kunt voorstellen. Zo mooi dat alles en iedereen wel moest dansen. De kinderen dansten en alle paarden, evenals de bladeren aan de bomen en de grashalmen op de heuvels en in de dalen, het water in de beken danste, alle mensen, beesten en alle vogels, alles danste op de muziek van het lied van de hengst”.

Het lijkt net alsof de Bijbel er op is gericht om dit gevoel van oer-continuïteit op te heffen door een transcendente (bovenaardse) God te introduceren die een wereld schiep die volledig los van Hem staat. Daar komt nog bij dat de continuïteit tussen deze God en de mens werd omgevormd in een relatie die gebaseerd is op een juridische afspraak(convenant). Hierin kreeg alleen de mens een spirituele gave aangemeten en alle andere levensvormen niet. Dus er bleef niet veel over van het vroegere gevoel van één heilige gemeenschap. Door de eeuwen heen werd dit nog versterkt, doordat de nadruk kwam te liggen op verlossing van individuele mensen; een soort bevrijding van bepaalde uitverkorenen die opgenomen worden in een bovenaards heilig koninkrijk. Zelfs de humanistische geschriften uit de Grieks-Romeinse tradities ondersteunden een dergelijk wereldbeeld (m.u.v. de Stoïcijnen) door de nadruk te leggen op de grootsheid van de mens, los van de natuur.

Toch beginnen sommige religies zich nu te realiseren dat er iets ernstig mis is met onze natuurverbondenheid. Om dit op te lossen wordt de nadruk gelegd op een soort rentmeesterschap dat afgeleid is van het Bijbelse begrip “heersen over”. Volgens de Bijbel heeft de mens heerschappij over de Aarde en alle dieren en planten, en dient daar vanuit die positie “voor te zorgen”. Voor veel mensen klinkt dit acceptabel, maar voor anderen is deze benadering juist de kern van het probleem. Volgens hen kun je niet vanuit een positie als heerser voor de Aarde zorgen en zijn er nauwelijks voorbeelden die aantonen dat dit de Aarde echt geholpen heeft, hoewel we hier en daar de natuur wel hebben geholpen om te herstellen van de schade die we eerder hadden aangericht.

Toch zijn er in de Bijbel ook aanzetten voor een diepere natuurverbondenheid en Aardebewustzijn. Er is in het Christendom een diep besef dat het Goddelijke in de natuur zichtbaar wordt. Zo spreekt men dan ook over twee heilige Boeken: de Openbaring van God in de Bijbelse geschriften en het woord en de Openbaring van God in de Schepping. Maar het besef van de Schepping als Goddelijke Openbaring is sinds de 16e eeuw veel minder geworden omdat door het verspreiden van boeken de nadruk meer en meer kwam te liggen op het gedrukte woord. Toch is het verstaan van de natuur als Bron van Godsopenbaring nog steeds levend en zou het voor de Westerse mens een inspirerend beeld kunnen zijn voor onze relatie met de Aarde.

 

 

Het is onwaarschijnlijk dat de Christelijke, Griekse, en Romeinse tradities een wereldbeeld kunnen aanreiken voor een nieuwe relatie met de Aarde. Deze tradities ontstonden in een tijd waarin men wel besef had van ruimte en afstand, maar de tijd werd als cyclisch ervaren. Men had toen nog geen weet van evolutie en onomkeerbare processen, Dit betekent dat toen die tradities ontstonden men niet beter wist dan dat het universum, en dus ook de Aarde, tussen schepping en het “einde der dagen,” altijd in min of meer dezelfde vorm blijven bestaan. Het enige dat wel geacht werd te kunnen evolueren was het (spirituele) bewustzijn van de mens, en dit was dan ook de boodschap van de religieuze en Grieks-Romeinse filosofieën. Tegenwoordig weten we dat we het universum beter kunnen beschouwen als een kosmogenese (in tegenstelling tot een statische kosmos). Genese duidt op wording en ontstaan. Kosmogenese wil dus zeggen dat er door evolutie steeds weer nieuwe en meer complexe vormen verschijnen.

Ons nieuwe besef van tijd heeft echter ook onbewuste consequenties omdat tijdgebonden processen nu een zeer groot deel van ons bewustzijn beïnvloeden. We zijn bijvoorbeeld sterk gefocust op oorzaak en reactie. Zo vergaren wij ook onze kennis door het inschatten of liever nog opmeten van oorzaken en reacties. Dit is empirisch waarnemen. Zo is ook onze interpretatie van het ontstaan van de Aarde en van onszelf. Maar dit verhaal is niet volledig, omdat het alleen maar is gebaseerd op wat we objectief en empirisch kunnen waarnemen. Maar is waarnemen wel volledig objectief? Werner Heisenberg toonde al in de twintiger jaren van de vorige eeuw aan dat een object, althans op kwantumschaal, wordt beïnvloed en dus verandert door het waarnemen zelf. Dus het vergaren van kennis door waarneming is iets wat in een context of gemeenschap geplaatst dient te worden.

Er is nog een aantal overwegingen dat aantoont dat een wereldbeeld dat bestaat uit een louter objectieve, empirische presentatie te simplistisch is. Bijvoorbeeld, de genetische codering in ons en in andere levensvormen is geen “ding”. Het is een non-materiële, innerlijke, en dus psychische dimensie van de betreffende levensvorm. Door de genetica krijgen we wel een patroon van genetische bouwstenen en inzicht in wat er gebeurt als ze verplaatst of verwijderd worden. Maar we zullen nooit het innerlijke principe zelf kunnen vastleggen (door meting) waarmee deze wonderbaarlijke en complexe genetische informatie leven laat ontluiken en onderhoudt.

Nog een andere overweging. Als we in wetenschappelijk onderzoek iets in onderdelen uit elkaar halen, zouden we ook het tegenovergestelde moeten doen door te bestuderen hoe het voorwerp functioneert in zijn omgeving. Anders krijgen we nooit een volledig beeld. Bijvoorbeeld, een studie van het geïsoleerde element koolstof, de bouwsteen van al het organische materiaal, geeft bijna geen informatie, omdat de fantastische leven scheppende mogelijkheden van koolstof pas aan het licht komen in een context, in een omgeving en ordening van vele organische moleculen.

Dus, aan de ene kant is er de religie, fundamentalistisch van aard en niet in staat om een modern wereldbeeld uit te drukken waarin een in tijd verweven evolutie plaatsvindt. En aan de andere kant is er de wetenschap die geen innerlijke dimensie kan en wil aanvaarden, omdat deze niet empirisch vastgesteld kan worden. Dit dilemma kan alleen maar opgelost worden door te erkennen dat het universum vanaf het begin altijd een psychisch-spirituele en een psychisch-materiële realiteit gehad heeft. Het heeft miljarden jaren geduurd, maar nu is de mens zo ver dat hij dit geweldige principe kan bevatten. Het is aan ons om uitdrukking te geven aan beide diepste aspecten van het universum en daarom is de mens een integraal en essentieel onderdeel van het universum. Het verhaal van het universum is daarmee ook het verhaal van de mens.

 

 


Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn. Deze tekst is opgenomen in het boek Thomas Berry. Profeet voor  de Aarde. 2009, www.lulucom ID. 8075919

 

img_0671_24458922456_o

Burial place Thomas Berry, USA