Info over Laudato Si

In het voorjaar van 2015 kwam de brief van Paus Franciscus over “De zorg voor ons gemeenschappelijk huis” uit. De paus roept daarin “alle mensen van goede wil” op om met respect en eerbied om te gaan met de Aarde en de armen.

De ommekeer waartoe de paus oproept is ingrijpend: economie, politiek, maatschappij, ja ook de kerk moeten gericht zijn op het behoud van de schepping, op het verbeteren van de levensomstandigheden van de zwaksten en op het welzijn van generaties die na ons komen.

Er is een speciale site opgezet vanuit KNR/CMBR. de link is   www.laudato-si.nl

Op deze site vindt u algemene informatie, werkmateriaal, achtergrond artikelen en in formatie over activiteiten rond de encycliek.


De tekst van Laudato Si

Downloaden van Nederlandse uitgave van Internet:https://www.RKDocumenten.nl

Het document aanschaffen:

Bisdom Breda Postbus 90189, 4800 RN Breda tel:

per Email: bestel@rk.nl


 

Wereldgebedsdag voor de Aarde: 1 september

Zie agenda van website Laudato Si.

 

cropped-bloemen-de-gaarde10-4-07foto-by-maura.jpg

Hoe je groeit in zielsverbondenheid met alles wat is.

Het proces

Hoe kunnen we groeien in de verbondenheid met de Aarde en met al haar leven? Hoe worden we een kosmische – Aardemens? Dat is een lang proces, een levenslang proces. Als we de stap gezet hebben, blijven we een leven lang leerling in de school van Moeder Aarde met haar wijze lessen.

Vaak denken we dat we om te groeien als spirituele mensen onze blik naar de hemel moeten opslaan. Maar nu gaat het om afdalen, de diepte ingaan, a.h.w. terug naar de schoot van Moeder Aarde. Toen de mens Job, zo vertelt het Oude Testament, helemaal “aan de grond zat”, legde hij zijn mond op de Aarde. Als je niet meer weet waar je het zoeken moet, is dit een oergebaar.

Deze weg heet in het Engels het groeien in “soulcraft”. De vaardigheden van de ziel leren, gereedschap vinden voor je zielsleven.

Wat is dat Ziel? Ziel is die wildernis diep in onszelf, dat wat ongerept is, zo uniek voor ieder van ons. Dat wat het meest natuurlijk is aan ons.

Spirit: is het grote geheim dat alles doordringt. Heel de kosmos, alle leven is vol van Spirit. Alles deelt in Spirit. Spirit verwijst naar dat waar we allemaal in delen; het is allemaal deel van de Ene, het Ene onverdeelde en verbonden leven. Het is in ieder levend wezen, van de kraai tot de bacterie, van mens tot mier, van boom tot berg en rivier, van de kleinste atoom tot de grootste ster. Spirit is de kracht van Moeder Natuur, dat wat heel de kosmos beweegt.

Het is niet vanzelfsprekend dat we onze Ziel kennen met haar wilde leven. Daarvoor is het contact met Moeder Aarde een heel grote hulp. Het is hard werk en sommige mensen vangen pas op hun doodsbed een glimp op van hun ziel. Jammer, het zou toch fijn zijn als het eerder kon. Je ziel kennen in haar wilde natuur is de ultieme levenszin en bestemming.

Je ziel is je WARE NATUUR. In het woord natuur ligt de verbinding met het woord NATUS; zoals je geboren bent. Het herinnert je aan je geboorterecht, om wild te zijn van nature!  Je bent geboren met een bijzondere en eigen plaats te midden van alle leven. Die plaats te vinden is geen vrijetijdsbesteding of luxe bezigheid voor de natuur- hobbyist, maar LEVENS – noodzakelijk.

Je hebt een unieke ecologische roeping, rol te midden van alle leven. Je hebt een heel eigen taak om het leven te koesteren en eerbiedigen en in stand te houden.

Je behoort op een heel eigen wijze bij heel het leven van de Aarde. Er is voor ieder mens een plek in de natuur waar je het meest wordt geraakt, het meest thuis bent. Het is het landschap dat je ziel heeft gevormd en blijft voeden. Ga het ontdekken of ga er regelmatig heen, als je weet waar dat is. De natuur zal je laten zien, waar je plaats is in de veel grotere dan menselijke wereld.

De natuur is een spiegel voor je ziel, ze heeft je ziel gebaard! Ze doet dat steeds weer, van transformatie naar transformatie.

Je ego komt voort uit de samenhang van cultuur –taal – familie. Maar o, de ziel, ze is wild! De essentie van de ziel kan niet gescheiden worden van de natuur; waar dat dreigt te gebeuren wordt een hoge prijs betaald. We hoeven maar te kijken naar de gevolgen van zielsverlies in onze huidige maatschappij. Overal om ons heen zien we het gebeuren.

De weg naar een de echte zielsverbinding met Moeder Aarde en alle leven

1.Een diep verlangen

Vaak pas echt onder ogen gezien in een heftige crisis, ziekte of het onontkoombaar heimwee om naar huis terug te keren. De verloren verbinding met de Aarde vraagt om aandacht. Het wordt vaak niet herkend; het dient zich vaak aan als burn out, depressie, verlies aan vitaliteit. Een enkele wakkere ziel ervaart het als met de handen in de grond moeten gaan, gaan lopen, zwerven etc.

Nu is het de tijd om af te dalen, inderdaad je mond op de Aarde te leggen. Je wordt geroepen om terug te keren naar de baarmoeder die je baarde!  Vaak is er grote angst; je weet dat er iets onherroepelijk zal veranderen en het gaat om zaken van leven en dood. En weerstand kan heel groot zijn; soms tot weerzin toe. Vaak is er een groot verlangen naar stilte, alleen zijn.

Ineens zie je “het”overal om je heen. Het is tijd om van de Aarde te worden.

Hoe moet het dan, en wie gaat er mee? Je leraren kom je wel tegen, weet dat in de meeste gevallen je geen ingewikkelde therapie nodig hebt. Een wijze leraar, “elder” die de weg kent, kan je nabij blijven en aanmoedigen. Het zijn soms niet menselijke leraren; let maar op wie je tegenkomt!

2. In dialoog met de natuur, met Moeder Aarde

De wereld wordt een andere plaats. Je gaat andere dingen zien, ongewone dingen opmerken.

De krachten van de kosmos ervaren in de wisseling van dag en nacht, de seizoenen.

Je gaat voelen wanneer je niet in harmonie bent met de harteklop van Moeder Aarde, als je niet afgestemd bent op haar ritme.

Het kan sterke emoties meebrengen, diepe pijn, onverklaarbare tranen, maar ook intense vreugde en verwondering.

Je gaat voelen wat echt respect en eerbied voor leven kan betekenen. Je gaat langzamer leven, eenvoudiger, nederiger. En tegelijkertijd neem je eigen ruimte in. Je mag er onvoorwaardelijk zijn.

Duizenden jaren geleden konden de dieren en de mensen elkaar verstaan. Ze spraken elkaars taal. Alle taal vindt daar zijn oorsprong; het zijn de klanken van de Aarde, muziek is het lied van de Aarde. Maar we zijn autistisch geworden; we hebben echter het vermogen om de vogels te verstaan nog diep in ons; het slaapt alleen!

Maak geregeld een “medicijn wandeling”. Kijk naar wat je tegenkomt en wat je aantrekt. Wat tot je wil spreken? Het kan van alles zijn; van een steen tot een beekje, een boom, de maan, een dier etc. Wees aanwezig met alle zintuigen open. Schrijf op wat je ziet.

Zeg dat je er bent. Vertel aan dit wezen wat je te zeggen hebt. Open je hart. Doe dit…heel lang… Vertel aan dit wezen alles wat je hebt gezien, ontdekt. Luister dan en neem waar. Luister……je krijgt een antwoord!

Je gaat ontdekken dat je niet thuisloos bent in de kosmos, helemaal alleen. Je bent opgenomen in een web van levende relaties.

Kijk naar de tekens op je weg. Lichtinval, regen, regenboog, een onverwacht geluid, iets wat je vindt, bijzondere momenten. Ga er mee om, als met een droombeeld. Laat het zich openbaren.

3.De innerlijke en uiterlijke wereld komen samen

Dit is uiteindelijk het thuiskomen. Er is geen afscheiding meer, alles is één. Maar voor dat dit kan gebeuren is er groei geweest en is een lange weg afgelegd.

We brengen de innerlijke en uiterlijke wereld samen in ceremonie, vieren. Het onzichtbare en zichtbare wordt samengebracht. Door de ceremonie leren we weer dezelfde taal te spreken en ons af te stemmen op de planten, de dieren, de rivieren, het land, de ziel en de geest.

We luisteren naar Spirit. We raken ermee vertrouwd in dromen, diepe beelden, sterke emoties, in liefde en dood, in de stem van God. Vanuit religieuze en godsdienstige ervaringen zijn velen enigszins hiermee vertrouwd, alleen is het belangrijk om nu een eigen vorm er voor te vinden.

Wind, water, vuur, bergen, regen, regenboog,vogel en vis enz.; het zijn Aarde – archetypes. Al die krachten betekenen iets; we kunnen er contact mee maken. En deze krachten kunnen ons helpen bij het vormgeven van onze zielsverbinding. Door weer Aarde te worden, ons te kunnen verbinden met al haar vormen en krachten winnen we onze ziel terug!

De krachten van de Aarde, als we ons ermee verbinden, raken ons dieper dan welke gedachte ook.Zo wil de ziel zich aan ons laten zien. Waar we diep worden aangetrokken, in wat ons raakt spreekt onze ziel tot ons en maakt ze zich kenbaar.

Zo kan de Aarde ons opnieuw geboren doen worden – op zielsniveau.

cropped-aardeverbonden-vrouw.jpgDe Gaarde, 2006                                                                      vrije foto internet

Elly Verrijt


Bron vermelding: inspiratie

Soulcraft: Crossing into the Mysteries of Nature and Psyche. Plotkin. ISBN 1- 57731-422-0

De Relatie met het Universum

Thomas Berry

(uit Evening Thoughts, hoofdstuk 10)

Waarom zijn onderzoekers toch zo gefascineerd door het universum in al zijn bestaansvormen hier op Aarde en ver weg in het heelal? Misschien is er een “Groter Zelf” van het universum dat als het ware een aantrekkingskracht uitoefent op het Kleine Zelf van het individu. Het is alsof het universum graag wil dat men op ontdekkingstocht gaat en ons daartoe uitnodigt. De manier waarop wij iets nieuws onderzoeken is door het te vergelijken met dingen waar we al mee bekend zijn. We leren over een nieuwe vogelsoort door het te vergelijken met vogels of dieren waar we al mee bekend zijn. Maar voor het universum in zijn geheel kan dat niet omdat er buiten het universum niets is.

Dus is het universum de enige vorm van bestaan die niet met iets anders vergeleken kan worden. Het kan alleen bestudeerd worden in relatie tot zichzelf. Maar elke andere bestaansvorm in het universum kan wel met iets anders vergeleken worden en dat op zijn beurt weer met iets anders. Als je dit maar ver genoeg doorvoert kom je uit bij het universum zelf. Uiteindelijk komt elk onderzoek en elke vergelijking uit bij het universum zelf. En zodoende geldt voor elke bestaansvorm dat de oorsprong, eindbestemming en functie ervan in relatie staan tot het universum zelf.

Zo’n bestaansvorm kan een karper zijn, of een boom, bos, of planeet, maar ook onze eigen menselijke intelligentie. Waar komt die vandaan? Uiteindelijk ligt de oorsprong van onze intelligentie in het universum zelf en is het er een uitdrukking van. En om goed te kunnen functioneren moet onze intelligentie zodoende op de één of andere manier afgestemd zijn op het universum. Als wij de menselijke intelligentie grondig willen bestuderen, zouden we er goed aan doen om te beginnen met een “universumstudie” of wel kosmologie, zoals de oude Grieken het noemden.

Zo ook behoren alle menselijke functies, bezigheden en betrekkingen een uitdrukking te zijn van het universum en haar eigen wijze van functioneren. De premoderne mensen wisten dit. Hun cultuur en de ordening van hun bezigheden was gerelateerd aan en ontleende waarde aan de kosmologische ordening. Zij leefden volgens een overeenkomst met het universum, een heilige afspraak over het bestaan waarbij elk deel van het universum zichzelf beleeft in een innige relatie met ieder ander deel. Voor deze mensen maakte hun persoonlijke bewustzijn voortdurend deel uit van hun groter universumbewustzijn. De één had geen betekenis zonder de ander.

Dat onze beleving gerelateerd moet zijn aan het universum geldt met name voor religie. Want frappant genoeg hebben de term religie en universum min of meer dezelfde betekenis. Beide termen zijn afkomstig uit het Latijn en hebben te maken met een hernieuwde eenwording. Religie of “re-ligare” betekent opnieuw verbinden (met de Oorsprong). Universum of “uni-versa” is een terugkeer van de velen naar de Eén. Daar zit in beide gevallen dus een heilig of sacraal aspect aan.

Het lijkt alsof wij moderne mensen nauwelijks waardering hebben voor de onvoorstelbare wonderen en voor de heilige dimensies van het universum. Een universum dat ontstond door een tomeloze Creativiteit die ons bevattingsvermogen ver te boven gaat. Een wereld die zijn huidige vorm heeft aangenomen door een onvoorspelbare, zelforganiserende Kracht. Wat werkelijk verbazingwekkend is, is dat deze onvoorspelbare, schijnbaar willekeurige processen een universum creëerden dat ondanks de meedogenloze en tomeloze innerlijke energie toch nauwkeurig geordend en samenhangend is.

Het verhaal van de mens en het verhaal van het universum zijn dus volledig aan elkaar gerelateerd. Maar voor de moderne mens is dat verhaal moeilijk te vertellen en te begrijpen op een wijze die echt betekenis heeft voor ons eigen bestaan. In vroegere tijden was het verhaal gebaseerd op de sterrenhemel en onze eigen planeet die zich daarin voortbewoog in steeds vernieuwende, seizoensgebonden cycli. Maar omdat we nu zoveel meer weten over onze planeet en het heelal, moet het verhaal worden aangepast en uitgebreid.

Het nieuwe verhaal moet ruimte bieden aan nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, zoals de evolutieleer. Er moet ruimte zijn voor een universum dat voortkwam uit een oerknal, en vervolgens een onomkeerbare reeks transformaties teweeg bracht. Deze reeks loopt van geringe tot steeds toenemende complexiteit, qua structuur en functioneren, en ook van gering tot steeds complexer bewustzijn. Als een ontluikende bloemknop. Een bloem of plant komt niet alleen voort uit zichzelf, maar voedt, stuurt, en geneest zichzelf. En zo is het ook met het universum. Het nieuwe verhaal moet duidelijk maken dat voor het universum eenzelfde proces gaande is als voor de bloem. Het universum zelf en dit proces zijn de oorsprong van alles wat ontluikt, van alle inspiratie, van educatie, sturing,genezing en vervulling.

Mensen die leefden in een vroeger tijdperk hadden geen besef van bezit, maar ze beseften wel dat ze hun bestaan en bewustzijn te danken hadden aan het universum, en ze aanvaardden dat als een geschenk. Daarom was dankbaarheid en uitbundigheid hun primaire taak en vierden ze de wisseling van de seizoenen, de oogst, de jacht, enz.

Voor hen was het universum een persoonlijk universum; een wereld van intimiteit en schoonheid. Een wereld waarin elke levensvorm bestond in samenspel met elke andere levensvorm. Geen enkele levensvorm bestond, had betekenis, of vond vervulling in afzondering van de grote leefgemeenschap. En de primaire leefgemeenschap van de Aarde zelf dankte haar bestaan aan de aanwezigheid van het Heilige in haar boezem.

Alles wat de mensen nodig hadden werd verschaft door de omringende wereld: niet alleen voedsel, gereedschap en kleding, maar ook inspiratie, verbeelding, kennis, en persoonlijke vervulling. Deze vreugdevolle vervulling vond uitdrukking in lied en dans. Wat is hier tegenwoordig nog van over? Misschien zien we die vreugdevolle vervulling terug als we de tijd nemen om naar onze eigen kinderen te kijken. Kindertjes die door het gras rennen of pootje baden, met dieren omgaan, of gewoon in een plas in de achtertuin spelen op een warme zomerdag.

En net als voor de mensen van vroeger, zijn deze eerste ontdekkingen van de wereld voor onze kindertjes evenzeer de bron van educatie, esthetische gewaarwording, en levenslust. De zintuigen en geest ontwaken. En uiteindelijk is dit niet anders dan het universum dat ontwaakt, zichzelf ontdekt en bewust wordt van zich zelf! Het is het begin van het Epos van de Evolutie.


 

Evening Thoughts. hoofdstuk 10, ISBN 978-1-57805-130-4

Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn. De tekst is opgenomen in Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven in 2009 bij Lulu com. 5 800038 861780

 

De Levensvatbare Mens

Thomas Berry

(uit The Great Work, Hoofdstuk 6)

Het universum, de Aarde en de mens zijn gericht op elkaar. Latere, meer geëvolueerde ontologische expressies zijn afhankelijk van vroegere vormen voor hun levensbehoeften, terwijl de vroegere vormen afhankelijk zijn van de latere om tot volle bloei te komen. Wat betekent dit? De complexe meer geëvolueerde levensvormen zijn afhankelijk van de meer eenvoudig levensvormen voor hun bestaan, terwijl de eenvoudige levensvormen zichtbaar worden en hun bestaansrecht bevestigd krijgen door hun relatie met de complexere levensvormen. Bijvoorbeeld de beer is een complexe levensvorm, complexer dan de vissen, bessen of maden die hij eet, beestjes of vruchtjes waar we anders nooit over zouden horen. Maar juist doordat wij kunnen bestuderen wat de beer nodig heeft, wordt het hele ecosysteem van de beer zichtbaar.

Het zelfde geldt voor de mens. Als wij zeggen dat ons wereldbeeld zal moeten verschuiven van een mensgerichte naar een Aarde-gerichte oriëntatie, dan is dat niet alleen om “de Aarde te redden”. Het is ook omdat wij in symbiose met de Aarde leven en omdat wij onze rol als meest geëvolueerde levensvorm en als meest complexe manifestatie van het diepe mysterie van het universum anders niet kunnen invullen.

De verschijning van de mens was een moment van grote transformatie voor de Aarde en voor de mens zelf. Net als elke andere nieuwe levensvorm moest de mens zijn plek vinden. Een plek waar voedsel en water was en waar we kleren en een dak boven ons hoofd konden maken. Verder hadden we behoefte aan een bepaalde mate van veiligheid, en wat later kwamen daar onze culturele behoeften bij: familie en gemeenschap. Hoewel sommige dieren ook in relationele groepen leven was die behoefte aan complexe gemeenschap bijzonder. De mens heeft meer dan andere levensvormen de mogelijkheid tot nadenken en spreken; en we willen onze bevindingen delen met anderen. Zonder relaties in een gemeenschap kan dat niet. Als we willen spreken dan willen we dat er iemand is om te luisteren. Zingen en dansen hebben alleen betekenis in een groep. Het is op deze wijze dat, door de generaties heen, de menselijke culturen gestalte kregen.

Maar hoe geweldig onze cultuur ook is, de primaire bron voor voeding van ons lichaam en onze geest blijft de natuurlijke wereld. Met de natuurlijke wereld wordt niet alleen de fysieke wereld bedoeld, maar ook de psychisch-fysieke realiteit die gevonden kan worden in allerlei aardse manifestaties.

Hoe bereiken wij een verschuiving in ons wereldbeeld naar een Aarde-gerichte oriëntatie? Allereerst moeten we ons realiseren dat de hele Aardegemeenschap (al het aardse leven) de grotere en meer waardevolle realiteit is ten opzichte van de menselijke gemeenschap. Wij zijn ervan afhankelijk, juist omdat we eruit geëvolueerd zijn. Dus onze primaire aandacht zal gericht moeten zijn op de instandhouding van de hele Aardegemeenschap, ook al was het maar voor het overleven als soort. Dus onze waarden en handelingen moeten in deze grotere context worden vormgegeven. Het is een illusie om te denken dat wij op de lange termijn kunnen evolueren als onze grotere contextuele gemeenschap achteruit gaat. Door de tijden heen is de Aarde zelfverantwoordelijk geweest. Maar nu is de mens verantwoordelijk voor het wel en wee van de Aarde en al het leven, of wij willen of niet. Dat is een enorme verantwoordelijkheid.

De mens is altijd bezig zichzelf te verbeteren. Een primaire reden voor de vernietiging van de processen op Aarde is dat het Westerse industriële, modernistische wereldbeeld hierbij geen terughoudendheid wil of kan accepteren voor wat betreft materiële zaken. Wij hebben een hekel aan beperkingen en zien die als een soort duivels obstakel dat uit de weg geruimd moet worden. Maar beperkingen zijn niet zo erg, want ze helpen ons juist om sterker te worden. Evaluatie van de uitdagingen en acceptatie van de beperkingen die de wereld ons oplegt zullen juist onze creativiteit, of beter gezegd, onze relatie met de creatieve krachten van het universum bevorderen. De beperkingen zijn noodzakelijk, net zo goed als de zwaartekracht noodzakelijk is, dus we zouden er goed aan doen om ze te accepteren, en ze te zien als een bron van energie in plaats van als een hindernis


The Great Work.  hoofdstuk 6, ISBN 0-609-80599-5

Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn en opgenomen in Thomas Berry, Profeet voor de Aarde. Uitgegeven bij Lulu.com in 2009. 5 800038 861780

De Droom van de Aarde

Thomas Berry

(uit Dream of the Earth, hoofdstuk 15)

Tegenwoordig zijn we nogal in de war voor wat betreft onze toekomst. We zoeken houvast en hebben een leidraad nodig. Onze eerste reactie is om die leidraad te zoeken in onze culturele normen en waarden, in onze culturele codering. Maar in dit geval lijkt het erop dat we een leidraad nodig hebben die verder gaat dan wat onze culturele tradities te bieden hebben. Onze culturele tradities bieden geen oplossing, en het lijkt er eerder op dat onze huidige interpretatie van onze culturele tradities een groot deel van het probleem. Het is dus nodig dat we verder gaan dan onze culturele codering en steun gaan zoeken in onze genetisch-biologische codering.

Het komt niet vaak voor dat we houvast zoeken in onze genetische codering als we cultureel in de problemen komen, omdat we doorgaans niet beseffen dat onze genetische codering zowel de psychische en fysische basisstructuur vormt van ons zijn. Zij zit en is in elke cel van ons lichaam. Niet alleen bepaalt zij onze (basis-) identiteit bij onze geboorte, zij geeft ook vorm en richting van begin tot eind aan ons bestaan. Wij moeten weer leren luisteren naar wat ons wordt meegedeeld via onze basisstructuur en ons elementaire functioneren. Met andere woorden, luisteren naar wat ons hart zegt en onze intuïtie volgen. En op een niveau, nog dieper dan onze genetische codering, moeten we ons openstellen voor het advies dat van de Aarde zelf komt, omdat de Aarde de psychische en fysische basisstructuur in zich heeft van elk levend wezen. Als we deze lijn doortrekken, komen we uiteindelijk bij de hele kosmos (universum) terecht, omdat daar het mysterie van ons bestaan daar ligt.

Wij kunnen onszelf niet leren kennen zonder eerst de Aarde en het universum te leren kennen en dus de oorsprong van ons bestaan. Wij kunnen niet bestaan zonder de kosmos. De Aarde en ons bestaan zijn alleen verklaarbaar in de context van beide. Zowel de kosmos als de Aarde hebben een visie en een creatieve impuls die veel omvangrijker zijn dan wat onze cultuur kan voortbrengen. De mens is niet een schepsel op Aarde en in het universum, maar eerder een dimensie of expressie van de Aarde en de kosmos. De ontwikkeling van de mens hangt af van de steun en leiding van dit grotere geheel. En het is dus belangrijk dat wij ons openstellen voor die bron van steun en leiding. Het is deze bron waar wij al onze energie en creativiteit uit putten. Die bron is niet ver weg, integendeel. De kosmos is overal en dus uiterst dichtbij, zo dichtbij dat we het nauwelijks beseffen.

In den beginne was het woord (Johannes 1:1). Volgens de Bijbel kreeg alles haar vorm door het woord. De wereld ontstond door de spontaniteit van het heilige woord. Dit verschilt niet zo veel van wat Lao Tzu, de Chinese wijsgeer schreef: “de mens richt zich op de Aarde, de Aarde richt zich op de kosmos, de kosmos richt zich op de Tao en de Tao richt zich op haar eigen spontaniteit. Deze spontaniteit als leidende kracht in de kosmos kan gezien worden als de mysterieuze vuurbal waaruit het universum voortkwam: de oerknal. En die vuurbal bevatte al van begin af aan de kiem voor alle fantastische vormen, kleuren, gevoelens, ideeën, gedachten en verbeelding, die wij nu om ons heen kunnen zien. Zoals met elke artistieke creatie, gaat onze waardering uit naar de creativiteit van de kunstenaar. Want alleen uit zijn verbeelding en vindingrijkheid kan een waar kunstwerk voortkomen. Verbeelding heeft veel weg van wat er gebeurt als we dromen, en de droom komt voort uit dezelfde spontaniteit waar we het eerder overhadden. Dus eigenlijk zouden we kunnen zeggen dat niet het woord maar de droom ten grondslag ligt aan alles. Alle dingen zijn door de Droom gemaakt en zonder de Droom kon niets worden gemaakt dat ooit gemaakt is.5

 

Alles maakt deel uit van deze droom, maar wij mensen delen op een speciale manier in deze droom, als we gaan beseffen we hoe betoverend en magisch de wereld is. Een waar mysterie. Wat voor mysterieuze kracht kon zo’n fantastische, magische wereld bij elkaar dromen? De wereld waarin wij leven – de vorm van de orchidee, de kleuren van de tropische vissen en vogels, de wind en de regen, de veelheid van geluiden op een zomeravond, van de krekels en de kikkers. Het was de volledige deelname aan deze wereld die op haar beurt de creatieve krachten van Mozart, Van Gogh en Shakespeare opwekten, zodat zij hun emoties en uitbundigheid konden laten stromen en vastleggen in hun kunst. Die creatieve krachten zijn het sterkst als deze kunstenaars en ook wijzelf ons volledig openstellen voor de diepten van ons eigen bestaan in de kosmos en onze verbeelding de vrije loop te laten. Met andere woorden, als wij onszelf toestaan om te dromen.

Er is nog een reden waarom wij mensen op een speciale manier delen in deze droom. De mens is het wezen waardoor deze kracht zich bewust kan zijn van zichzelf. Wij zijn het enige wezen dat bewust uiting kan geven aan de grandioze diversiteit van de kosmos.

Het is de vraag of wij dit voldoende doen. Helaas lijkt het er op dat wij mensen onze primaire manier om ons met de creatieve oerkracht te verbinden hebben verloren. Wij zijn afgesneden van de leven-brengende krachten van de Aarde.

De droom en de eerste uitwerking daarvan, de visie, spelen een belangrijke rol in de culturele ontwikkeling van de mens. Echter, we moeten ons realiseren dat die visie zowel creatief als destructief kan zijn. Het is een gevaarlijk proces als we niet volledig in verbinding staan met onze genetische codering en niet begrijpen wat zij ons wil vertellen. Het is vooral gevaarlijk in onze Westerse beschaving waar de culturele codering zich als het ware ontkoppeld heeft van de genetische codering en zich daartegen is gaan afzetten. De intuïtieve tendensen van ons diepste wezen worden stelselmatig genegeerd. Dit is vandaag de dag het geval.

 

 

 

Onze seculiere, rationele en industriële samenleving, met zijn geweldige wetenschappelijke ontdekkingen en technologische vaardigheden, kan als volledig antropocentrisch worden gezien. De mensheid vormt geen geheel meer met het universum en het universum met al haar uitbundige expressies wordt niet meer gezien als de primaire norm. Het universele creatieve proces is gereduceerd tot economische groei en technische vooruitgang. De voordelen van dit wereldbeeld kunnen niet ontkend worden, maar nu staan we ineens oog in oog met uiteenlopende crises die we eerder nooit voor mogelijk hadden gehouden. Hoe kan dat? Wij zijn toch de rationalisten die met ons intellect alle problemen kunnen oplossen? Wij zijn toch de verstandige mensen die analyseren in plaats van te dromen? En bovenal, wij konden met onze kennis en macht toch de planeet ontginnen en herscheppen? Als we de wildernis maar konden overwinnen konden we de planeet herinrichten en ons eindelijk bevrijden van de grilligheid van de natuur. In plaats van een heilige gemeenschap werd de natuur een warenhuis vol grondstoffen. Leve de vooruitgang! Maar de paradox is dat we maar niet willen of kunnen erkennen dat onze huidige toestand niet het gevolg is van een rationeel, integraal, wetenschappelijk proces, maar van een misplaatste droom, een verwrongen visie, een wereldbeeld dat nu disfunctioneel is geworden. Dit wereldbeeld bepaalt onze taal, onze kennis, onze educatieve programma’s, onze spiritualiteit voor zover aanwezig, en onze emoties en idealen. De grote uitdaging van onze tijd is om te ontwaken uit deze disfunctionele culturele droom en deze te vervangen met een nieuwe visie die geschikt is. Dit is Het Grote Werk van deze tijd.

Het zal niet genoeg zijn om het huidige wereldbeeld aan te passen of te transformeren. Om het nieuwe wereldbeeld vorm te geven, moeten we niet vooruitkijken, maar eerder achteruit naar de oorsprong. We moeten terug naar onze genetische codering, naar het punt waar de menselijke cultuur wordt geboren en waar zij altijd mee verbonden moet blijven, net zoals een moeder en haar kind een band blijven houden, ook al is het kind volwassen. Net als elke complexe visie, zal de nieuwe culturele codering die we nodig hebben moeten voortkomen uit onze verbeelding, uit onze droom. En hier ligt ook de oplossing. In dit proces zijn we niet overgelaten aan onze eigen analyses en technologische maaksels. We hebben de ondersteuning van de Oerkracht van het universum. We hoeven ons alleen maar open te stellen voor het spontane, non-rationele, intuïtieve proces, niet op een naïeve simplistische wijze, maar met bewuste overgave en waardering.

Het bevorderen van deze innige communicatie met de kosmos, door onze genetische codering, ligt niet zozeer op het terrein van de filosoof, priester, professor of profeet, maar is eerder het aandachtsveld van de sjamaan. De sjamaan is niemand anders dan een gewoon mens die geleerd heeft om zich open te stellen voor de aardse en kosmologische wijsheid door spontane inspiratie. Hij heeft de ervaring om die wijsheid te interpreteren en in een bruikbaar advies om te zetten. Iedereen kan het sjamaanse deel van zijn of haar psyche trainen en gebruiken. In feite doen we dat al als we bewust onze intuïtie volgen, onze dromen interpreteren, ons openstellen voor creativiteit, of ons laten inspireren door de natuur of door sacrale energie.

De laatste paar eeuwen hebben we ons afgesloten van al deze bronnen, maar de tijd is nu rijp om als mens weer volledig mee te doen in de grandioze viering van het universum.


Dream of the Earth, hoofdstuk 15 ISBN 0-87156-622

Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn. Deze tekst is opgenomen in Thomas Berry. Profeet voor de Aarde en uitgegeven bij Lulu.com.

ID 8075919  5 800038 861780

pbgeralt 7

PB Geralt, free pictures Internet

 

De Natuurlijke Openbaring

Thomas Berry

(uit Dream of the Earth, hoofdstuk 7)

Wij ontlenen onze ideeën over wat heilig is hoofdzakelijk aan het geschreven woord, met name uit de Bijbel en andere heilige teksten. Hierdoor realiseren we ons nauwelijks wij praktisch volledig de verbinding zijn kwijtgeraakt met de openbaring van het heilige, de openbaring in de natuur. Maar ons gevoel van het heilige wordt paradoxaal genoeg juist gevormd door onze beleving van de natuur, van de Aarde met al haar creativiteit en de grootsheid van het universum. Als we het zonder de schoonheid en grootsheid van het universum zouden moeten doen, zou onze religieuze en spirituele ontwikkeling uiterst pover zijn. Hetzelfde kan gezegd worden over onze emotionele, intellectuele ontwikkeling en over onze verbeeldingskracht.

Er zijn religieuze stromingen die het heilige zien als immanent hier op Aarde. Dit betekent dat God, of een andere heilige energie, hier op de Aarde “woont” of op zijn minst daar aanwezig is. Dit staat in tegenstelling tot het geloof in een transcendente God die de Aarde ontstegen is en ergens anders “woont” (bijvoorbeeld in de hemel) zoals het Christendom verkondigt. Echter, zelfs het idee van immanentie, hoe loffelijk ook, doet niet volledig recht aan de heilige dimensie van de Aarde zelf. Het kan niet zo zijn dat de Aarde haar waardigheid en heiligheid alleen maar ontleent aan een heilige energie die er aanwezig is, want dat doet afbreuk aan de intrinsieke waarden van de Aarde en haar componenten zelf. De Kilimanjaro is niet majestueus of geheiligd omdat het Heilige er woont of er geweest is, nee deze berg is majestueus vanwege haar eigen schoonheid en grootsheid. Thomas van Aquino heeft een groot deel van zijn levenswerk besteed aan het verdedigen van de intrinsieke goedheid en doeltreffendheid van de natuurlijke wereld. De natuurlijke wereld is niet zomaar een object, noch een gebruiksvoorwerp of grondstof, en evenmin een passieve innerlijke dimensie van het Goddelijke, een soort heilige droomwereld.

Nee, de natuurlijke wereld is subject en object tegelijk. De natuurlijke wereld is de moederschoot, de bron van ons bestaan hier op Aarde. De natuurlijke wereld voedt onze lichamen, onze emoties, ons gevoel voor moraal, esthetiek, en onze spirituele beleving. De natuurlijke wereld is onze eigen sacrale samenleving waarin we thuis horen. Vervreemding van deze gemeenschap staat gelijk met het verlies van wat ons mens maakt. Afbraak van deze gemeenschap is afbraak van ons eigen bestaan.

We moeten de natuurlijke wereld gaan zien als de primaire openbaring van het sacrale. Daarnaast zouden we in onze religieuze beleving het accent moeten gaan leggen op de schepping als een voortdurend creatief proces. Een proces dat vanaf begin een psychisch spirituele en een materieel-fysische dimensie heeft. De mens is een integraal deel van dit voortschrijdende proces. Door gebruik te maken van onze intelligentie kan het universum zich bewust zijn van zichzelf en bij wijze van spreken over zichzelf nadenken. En door ons kan het universum ook uiting geven aan haar eigen bestaansvreugde. Als wij onszelf op deze wijze gaan zien, wordt meteen duidelijk hoe het toebrengen van schade aan onze planeet gelijk staat aan degradatie van ons eigen psychische en spirituele welzijn.

Het wordt tijd dat we “vooruitgang” zodanig gaan herdefiniëren dat het niet alleen ons en onze economie betreft. Nee, ware vooruitgang zal de hele Aardegemeenschap moeten betreffen, van het plankton in de zee tot de dieren en bomen op het land. Echte vooruitgang waarborgt de leven- brengende systemen van land, lucht en water.

Een nieuw religieus-spiritueel raamwerk begint zich nu af te tekenen, waarbinnen de gezamenlijke ontwikkeling van mens en Aarde een nieuwe richting kan inslaan. Dit raamwerk wordt gevormd uit de drie overtuigingen die eerder werden beschreven:

  • De natuurlijke wereld is een voortdurende openbaring van het sacrale,
  • Wij dienen loyaal te zijn aan de aardse gemeenschap, waar wij deel van uitmaken,
  • Vooruitgang moet de volledige aardse gemeenschap betreffen.

 

Dream of the Earth, hoofdstuk 7 ISBN 0-87156-622-2

Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn en deze tekst is opgenomen in Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven bij Lulu com in 2009.

5 800038 861780

 

De Kosmologie van de Vrede

Thomas Berry

(uit Dream of the Earth, hoofdstuk 16)

Bij het universum, de Aarde, leven, en bij de groei van menselijk bewustzijn horen processen die gewelddadig zijn. De terminologie die gebruikt wordt in de kosmologie, geologie, biologie en de antropologie is beladen met spanning en gewelddadigheid. Noch het universum, noch enig deel daarvan kan beschouwd worden als vredig. Heraclitus zei al dat het conflict de vader van alles was.

De elementen worden geboren in supernova’s. De energie van de zon is het gevolg van kernreacties. De bergketens zijn gevormd en opgestuwd door de tektonische botsingen van delen van de aardkorst. Het leven zelf ontstaat en evolueert als gevolg van het gevecht voor verbetering van het eigen lot. En tussen dit alles heeft de mens zich een weg gebaand en de natuur zijn eigen bruutheid opgelegd. Interactie tussen mensen zelf wordt vaak gekenmerkt door conflict. De mens heeft enorme hoeveelheden psychische energie moeten opbrengen om tot volle emotionele, creatieve en intellectuele bloei te komen. Een psychische energie die op haar beurt weer vrijkomt bij de confrontatie van krachten in het universum. Deze confrontatie ligt ten grondslag aan veel leed, maar ook aan enorme creativiteit. Door de eeuwen heen hebben grote denkers, zoals Heraclitus, Augustinus, Hegel, Marx, Jung, Teilhard en Prigogine, creativiteit in verband gebracht met de verstoring van een bepaald evenwicht, met chaos en met een spanningsveld als gevolg van de confrontatie tussen krachten. Dat geldt voor de fysica en de chemie maar ook voor de groei van het menselijk bewustzijn.

Zulke spanningsvelden leiden aanvankelijk veelal tot destructie, maar vervolgens weer tot hernieuwde creativiteit. Dit is een proces dat als zodanig erkend en toegestaan moet worden. Echter de mens heeft zich onbewust meer en meer controle over dit proces toegeëigend. Dit begon met de verovering en het “in cultuur brengen” van de Aarde, gevolgd door conflicten tussen de mensen zelf. Steeds waren er veroveringen van groepen mensen en gebieden. Als gevolg hiervan is de Aarde opgedeeld in talrijke gebieden ofwel naties, die zich kenmerken door hun drang naar controle en onderling conflict. Inmiddels is de situatie zo dat de mens de planeet zou kunnen vernietigen, of in ieder geval ernstige en onomkeerbare schade kan berokkenen. Om dit te voorkomen is het dus van het grootste belang om het creatieve proces te erkennen en te stimuleren. Men kan eigenlijk wel stellen dat een volledig nieuw soort creativiteit nodig is. Een creativiteit die er op gericht is om de integriteit en dus het voortbestaan van de Aarde als een functionerende planeet te waarborgen. Men mag hopen dat het voorbestaan van de Aarde de gemene deler is die de naties zal aanzetten tot samenwerking. De Aarde bestaat uit één geheel. Als een deel van de Aarde bezwijkt zal dat gevolgen hebben voor alle andere delen van de Aarde en dus ook voor de naties die daar hun gebieden hebben afgebakend.

Met onze aandacht voor de integriteit van de Aarde zou het tweede aandachtsveld de relatie tussen de mens en de Aarde moeten zijn. De mens is een integraal lid van de Aardegemeenschap en niet een soort heerser die de Aarde kan misbruiken voor zelfverrijking. Als de mens geen integraal, functioneel lid van de Aardegemeenschap kan zijn, hoe zou hij dan ooit een functionele band met andere mensen kunnen opbouwen en onderhouden? De vraag van deze tijd is niet of naties kunnen blijven voortbestaan, noch of de mensheid de krachten van de natuur kan overwinnen. De vraag is of de planeet datgene wat ze zelf heeft voortgebracht in goede banen kan leiden.

Deze vraag betreft de kosmologie van de vrede. De mens moet gezien worden in de kosmologische rol die hij heeft, net zo goed als de kosmos moet worden gezien in haar menselijke dimensie. Dit kosmologische raamwerk is nog nooit zo duidelijk geweest, omdat alles nu afhangt van het vinden van een creatieve oplossing voor de huidige conflicten en confrontaties. Bewust kies ik voor creatieve oplossing voor de huidige conflicten i.p.v. vrede omdat we te maken hebben met gewelddadige processen. Dus met andere woorden, de vraag van deze tijd is hoe we creatief kunnen omgaan met de enorme spanningen waaraan de planeet tegenwoordig onderhevig is. Zoals Teilhard suggereerde we moeten als het ware boven de mens uitstijgen, het universum binnengaan en één worden met het functioneren ervan. We kunnen het menszijn niet begrijpen als we niet doorgronden dat de mens een dimensie van de Aarde is. We kunnen de mens alleen begrijpen door de Aarde te begrijpen. En voorbij de Aarde is er het grote universum en de curve van de tijd en de ruimte. De curve waardoor het hele universum weer bij zichzelf uitkomt en door de menselijke intelligentie over zichzelf kan nadenken. Deze curve is voor het universum en de Aarde precies dicht genoeg om alles bij elkaar te houden en open genoeg om hun creatieve ontplooiing te kunnen vervolgen. Dit precaire evenwicht tussen in elkaar klappen en exploderen is voorwaar een mysterie. En het besef van de diepe kracht achter dit mysterie is ons tot steun in deze moeilijke tijd. Zo is het dat we misschien toch van vrede kunnen spreken: De vrede van de Aarde, niet vrede op Aarde, maar vrede van de Aarde: Pax Gaia.

Echter, we kunnen deze vrede van de Aarde alleen maar bevatten als we ervan doordrongen zijn dat de Aarde een enkelvoudige leefgemeenschap is, opgebouwd uit al zijn geologische, biologische en menselijke componenten. De Pax Gaia is ondeelbaar, maar is zeker geen status quo. Zoals eerder aangegeven, is het een creatief proces dat wordt geactiveerd door spanningsvelden. Er is geen plan of patroon, maar het is een soort speurtocht en worsteling om de al maar verder voortschrijdende openbaring van het mysterie hier op Aarde telkens opnieuw te faciliteren. Deze speurtocht heeft iets ongemakkelijks en ongrijpbaars, maar tegelijkertijd is er de opwinding bij nieuwe ontdekkingen, de verrukking van nieuwe transformatie die ons voortstuwt op weg naar immer verhoogde integratie en diversiteit.

Een ander belangrijk aspect van de Pax Gaia is haar groeiende afhankelijkheid van menselijke beslissingen. Beslissingen die hoofdzakelijk worden genomen door de industriële naties en multinationals die de politiek en de economie domineren. Recentelijk zijn daar China en India bijgekomen die het moderne, industriële wereldbeeld aanhangen. Verder is er nog de Moslim cultuur, die weliswaar opereert met industrieel geld, maar zich ook afzet tegen het industriële Westen vanuit een premoderne geloofsovertuiging. Dat er enorme spanningsvelden heersen tussen deze groepen staat elke dag weer beschreven in de kranten. Evenwel, de grootte van deze spanningen staat in verhouding tot de enorme potentiële veranderingen. Hoe groter de spanning hoe groter de mogelijke doorbraak. De Aarde worstelt nu met de manifestatie van wat ze als het ware altijd al voor ogen heeft gehad: eenheid en verbondenheid op mondiaal niveau. De uitkomst van deze worsteling is niet zeker, maar dat houdt ook in dat er hoop is op een positieve doorbraak.

Daarmee wordt Pax Gaia gekenmerkt door hoop. Bewijs hiervoor is te vinden in de vele vroegere perioden van crises die de Aarde al doorlopen heeft. Telkens als de situatie hopeloos leek en muurvast scheen te zitten, openbaarden zich nieuwe creatieve oplossingen waardoor de Aarde haar evolutionaire weg kon vervolgen. Helemaal aan het begin van het ontstaan van het universum was er de oerknal, waarna het jonge heelal begon aan haar uitdijing. Als die expansie iets langzamer was verlopen, was het heelal ineen geklapt. En als die expansie ietwat sneller was gegaan, waren de atomen te ver verspreid zodat ze zich nooit hadden kunnen ontwikkelen tot grotere moleculen. Zo was het ook met het ontstaan van de Aarde. Zij vond de juiste afstand tot de zon, zodat complexe reacties en uiteindelijk leven mogelijk werden. Als de aarde te dicht bij de zon had gestaan, dan was het voor leven te heet geweest; en bij een grotere afstand tot de zon zou alles voor altijd zijn bevroren. In het plantenrijk werd de impasse doorbroken, eerst door de uitvinding van fotosynthese en later door de komst van de bloemen en vruchten. Hierdoor werden nieuwe levensvormen mogelijk, die zich weer in leven konden houden met de consumptie hiervan. ?? De afstand tussen de Maan en Aarde is ook bijzonder. Als de maan te ver had afgestaan waren er geen getijden geweest, en als de maan dichterbij had gestaan, zou de vloed veel te heftig zijn geweest. Het is de werking van eb en vloed die voor de evolutionaire impuls heeft gezorgd, waardoor amfibieën en later landdieren zich konden ontwikkelen. Op een of andere manier ging het altijd nét goed.

Deze beschouwingen over ons verleden zijn reden voor hoop. Als wij ervoor openstaan, zal de Aarde ons leiden ten tijde van een crisis. Dan kunnen wij ons weer richten op onze taak: de taak om in ons volle bewustzijn onze bijdrage te leveren aan de verdere openbaring van het mysterie van het bestaan op onze eigen planeet. Wij hoeven niet te twijfelen dat deze leiding er is, dat is de moeilijkheid niet. De moeilijkheid is dat er enorme veranderingen van ons gevraagd worden indien wij onze gezamenlijke evolutionaire weg willen vervolgen. Het gaat hier niet alleen om overleven, het gaat er om dat wij als mens en als Aardegemeenschap gezamenlijk tot verdere bloei willen komen.

Als wij uitkijken over onze groezelige planeet, dan kunnen we toch de zon door de wolken zien schijnen. Er is nieuw groen tussen de stenen. En ineens zingt er een merel!De bladeren van de bomen ruisen in de zachte avondwind, terwijl achter de kruinen de maan opkomt en haar mysterieuze licht laat schijnen. Wat wij ervaren lijkt wel een beetje onwezenlijk, een droom. Zou het kunnen zijn dat we op een dergelijk moment deelnemen aan de oorspronkelijke droom van de aarde? Misschien dat op zo’n moment het oer-patroon zichtbaar wordt. Wij voelen een oerkracht, een andere realiteit en visie waar wij ons diep in onze ziel innig mee verbonden weten: De droom van de Aarde. Waar anders zouden we moeten zoeken voor de kracht en raad die we nodig hebben voor het grote werk dat ons te wachten staat?


MEMO0075 (2)

Eco- centrum Heal, Filippijnen, eigen foto

Dream of the Earth:

ISBN 0-87156-622-2

Met toestemming van Thomas vertaald door Michiel Doorn. Tekst is opgenomen in Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven in 2009, Lulu.com. id 8075919

5-8000038 861780 www.lulu.com

Bioregio’s-Hoe we de Aarde opnieuw kunnen bewonen

 

Thomas Berry

(uit Dream of the Earth, Hoofdstuk 12)

Het universum uit zich in de schittering van de sterren en de uitgestrekte sterrenstelsels. Maar de wonderbaarlijkste uiting van het universum is toch wel deze kleine planeet: een planeet die nooit in de tegenwoordige vorm zou kunnen bestaan als het universum haar niet voorzien had van levenskracht. Onze planeet is geen gelijkvormige bol, maar een combinatie van zeer verschillende landschappen en gebieden. Er zijn pool- en tropische streken, kuststreken en binnenlanden, bergketens en vlakten, rivierdalen en woestijnen.Ieder van die streken of ‘bioregio’s’  heeft een eigen geologie, klimaat, flora en fauna en vormt een levensgemeenschap op zich. Elke bioregio is een eenheid op zichzelf, maar is ook hecht verbonden met de andere omringende bioregio’s. Samen drukken zij de pracht uit van deze planeet, de tuin van het universum.

Binnen dit geheel van levensgemeenschappen verscheen de mens. En door te participeren in die levensgemeenschappen op het meest fundamentele niveau heeft de mens zich kunnen handhaven en ontwikkelen. Vroeger waren wij ons er terdege van bewust dat we afhankelijk waren van onze bioregio. Later vergaten we dit, en in plaats daarvan gingen we met onze technologische en wetenschappelijke vindingen de bioregio naar onze hand zetten. Dit heeft de leefsystemen verstoord en de bloei en diversiteit die deze gemeenschappen in het verleden kenden, is nu sterk afgenomen.

Hoewel wij mensen, evenals de andere soorten, in een zorgelijke situatie zijn geraakt, zijn wij ons niet echt bewust van de oorzaken, en kunnen dus ook geen begin maken met het herstel van de leefsystemen waar alles van afhangt. Ontwrichting van deze leefsystemen heeft ook bijgedragen aan de ontwrichting van de mensengemeenschap zelf.Sociale onrust en internationale spanningen zijn vaak gedeeltelijk of geheel het gevolg van de ontwrichting van de leefsystemen, maar de mens is meestal niet in staat om dit te onderkennen. Wij proberen onze sociale noden te verhelpen met industriële maatregelen, zonder dat we merken dat die leiden tot verdere ecologische schade. Onze aandacht is gericht op het verdelen van Aardse rijkdommen, maar die rijkdommen zélf verkeren in gevaar. Dat gevaar wordt veroorzaakt door het verlies van landbouwgrond doorbebouwing, verzilting en desertificatie en door de verwoesting van bossen. Ondergrondse watervoorraden raken uitgeput en moerassen en broedplaatsen verdwijnen voor zowel vogels als vissen.

Alle sociale groeperingen, instituten, overheden, en naties, zouden er goed aan doen om de relatie van de mens met de Aarde te evalueren en te herzien. Vooruitgang zal moeten worden gemeten met een bio-centrische graadmeter i.p.v. antropocentrische of economische graadmeters (bv. Bruto Nationaal Product). Antropocentrisch wil zeggen,gericht op de mens. Bio-centrisch wil zeggen, gericht op het leven in zijn geheel. Als er sprake is van echte vooruitgang, moet de hele levensgemeenschap erop vooruitgaan. Iedere vorm van vooruitgang voor de mens ten koste van de grotere levensgemeenschap, zal uiteindelijk leiden tot een vermindering van de kwaliteit van het leven van de mens zelf. Een verziekt milieu zal ziekelijke mensen voortbrengen. Dat is niet alleen zo op economisch gebied, maar geldt voor álles wat de mens betreft. De pracht en kracht van een gezonde Aarde is te herkennen aan de verscheidenheid van het land, de zeeën, en de planten en dieren. Zij vormen de kleuren, klanken en gestalten waaruit het grote symfonische toneelstuk hier op Aarde bestaat. Een schouwspel dat ons door de eeuwen heen heeft geïnspireerd en onze verbeelding en emoties heeft gevoed. Om nog maar niet te praten over onze letterlijke voeding. Lucht, water, grond, zaadjes en zonlicht, allen werken zij samen in een integraal levensproces. Wij zijn lichamelijk en geestelijk ingebed in dit levensproces en zolang dit in takt blijft zal het ons ook goed gaan.

De moeilijkheden ontstonden toen we de levende gemeenschap ondergeschikt maakten aan de mens, denkend dat dit in ons eigen voordeel zou zijn. Maar onze huidige technologieën functioneren niet in harmonie met de systemen van de Aarde. Omdat we niet meer in staat zijn om de natuurlijke processen te volgen, proberen we met technisch geweld deze processen te wijzigen. Met onze chemicaliën dwingen wij, bijvoorbeeld, de grond meer te laten produceren dan met de natuurlijke ritmen mogelijk is. Het gevolg is dat we nu leven in een wereld die steeds onvruchtbaarder wordt (de mensen incluis), een uitgewoonde wereld, en een wereld waarin de leven gevende impulsen verdwijnen.

Er is een eenvoudige oplossing voor al deze problemen. En die oplossing is dat wij weer gaan participeren in de levensgemeenschap van de Aarde en dat wij de vooruitgang en welvaart van de bioregio’s waartoe wij behoren weer in acht gaan nemen. Een bioregio is een bepaald geografisch gebied met bepaalde biologische, geologische en chemische kenmerken dat duurzaam is en zichzelf telkens weer vernieuwt. Alle biologische functies vinden er plaats, niet alleen die van individuele planten en dieren, maar ook die van het totale ecosysteem dat zowel de levende als de niet-levende materie in dat gebied omvat. En elk onderdeel van zo’n leefsysteem, moet zich om te overleven in- en aanpassen aan het functioneren van de grote gemeenschap.

In principe zijn er zes functies die een bioregio uitvoert: ze houdt zichzelf in stand, voedt zichzelf, onderricht zichzelf, bestuurt zichzelf, geneest zichzelf en vindt haar eigen vervulling. Deze functies worden hieronder nader toegelicht.

  1. De bioregio houdt zichzelf en de individuele soorten in stand Deze functie verlangt dat we de rechten van iedere soort erkennen: het recht op woongebied, op migratie routes en het recht van de soort om zijn eigen functie in de gemeenschap in te nemen en te vervullen. Ook al komen en gaan de individuele generaties, de gemeenschap zelf blijft bestaan. Wel moet, wat soorten en aantallen betreft, het evenwicht binnen de gemeenschap gehandhaafd blijven. Als mensen land in bezit nemen en daarbij andere vormen van leven uitsluiten, is dat een diepe overtreding van de principes van de gemeenschap.
  2. De bioregio heeft als functie zichzelf te voeden De tweede functie van de bioregio, zichzelf kunnen voeden, verlangt dat de leden van de gemeenschap zich houden aan de bestaande structuren van de natuur voor het welzijn van henzelf en van de hele gemeenschap. Binnen die structuur is de uitbreiding van iedere soort beperkt door natuurlijke vijanden of natuurlijke grenzen, zodat geen enkel individu of soort kan gaan domineren. Dit geldt, of zou ook moeten gelden, voor de mens (als lid van de gemeenschap) en zijn activiteiten. Zoals het verzamelen van voedsel, landbouw, handel en de economie. Je zou een bioregio zowel kunnen beschouwen als een handelsonderneming en een biologisch proces. Net als in de economie vindt in de natuur een voortdurende uitwisseling plaats van waarden, vergaring van kapitaal en de speurtocht naar efficiëntere manieren van functioneren. De ecosystemen van de Aarde zijn ons beste voorbeeld voor een handelsonderneming: er is sprake van een uiterst efficiënt en minimale afvalproductie, dat ook nog eens volledig afbreekbaar en niet giftig is.
  3. Een bioregio geeft gelegenheid tot zelfkennis en evolutie De derde functie van een bioregio is het bieden van de mogelijkheid tot leren en evolueren. Dit gebeurt door het overnemen van en aanpassen aan fysieke, chemische, biologische en culturele modellen, die met elkaar verweven zijn. Het hele weergaloze evolutieproces is niets anders dan dat de Aarde van zichzelf leert door te experimenteren, en dat gebeurt in de verschillende bioregio’s. De Aarde en ieder van de bioregio’s heeft oneindig veel experimenten uitgevoerd om de leefsystemen zoals wij die nu kennen te ontwerpen. Vanuit dit gezichtspunt is de evolutie van de leefsystemen en de manier waarop de natuur zichzelf iets aanleert, een klinkend voorbeeld voor de mens. Om te leren hoe wij kunnen overleven en onszelf in stand houden, zouden we er goed aan doen om lering te trekken uit de evolutionaire processen van de Aarde.
  4. De bioregio draagt zorg voor zelfregulering De vierde functie van een bioregio is die van de zelfregulering. Er bestaat binnen iedere levensgemeenschap een functionele ordening. Deze ordening wordt niet van buiten af opgelegd, maar is een innerlijke “ordening” van de gemeenschap. Hierdoor kan ieder plant of dier op zijn eigen wijze deelnemen, en kan zodoende z’n eigen leven leven. Als wij mensen beraadslagen en beslissingen nemen, zouden we rekening moeten houden met alle leden van de grote gemeenschap. Een goed voorbeeld van deze ordening op grote schaal zijn de seizoenen. In alle gematigde streken van de wereld komen seizoenen voor, waardoor het leven tot bloei kan komen, verwelken en zich daarna weer vernieuwen. Niet alleen de planten en dieren volgen deze ordening, maar vroeger voegden de mensen zich er ook naar en participeerden er hartstochtelijk in. De seizoenen en ook andere cyclische gebeurtenissen, zoals de zonnewende of de eerste dooi werden intens gevierd. Een zeer belangrijk thema voor Berry is dat alle levensvormen hun eigen leven behoren te kunnen leiden op die wijze die bij hun soort hoort. Herten hebben recht op een herteleven, en egels op een egelleven,vlierbessen op een vlierbessen leven.
  5. De bioregio heeft een helende werking De vijfde functie van de bioregionale gemeenschap is de zelfgenezing. Net zoals een wond zichzelf geneest, kan ook een ecosysteem zichzelf genezen, mits het niet te ver is aangetast. De gemeenschap voorziet niet alleen in voedsel voor haar leden, ze voorziet ook in de krachten die nodig zijn voor herstel. Dit heeft bijvoorbeeld plaats als bossen zijn beschadigd door storm, of als velden door droogte zijn verdord, of wanneer sprinkhanen een streek kaalgevreten achterlaten. In al die omstandigheden past het leven zich aan en ontvangt het de krachten die nodig zijn voor genezing. De mensheid zal ook genezen als zij leeft in overeenstemming met de ordening van de gemeenschap en openstaat voor het ontvangen van de voedende en genezende krachten.
  6. De bioregio geeft vervulling De zesde functie van een bioregio bestaat uit het proces dat leidt tot de vervulling van haar eigen levensdoel. Wij hopen dat ieder mensenkind tot volle bloei zal komen en uitdrukking kan geven aan haar aangeboren talenten; het is niet anders voor de gemeenschap van de natuur. De gemeenschap komt tot vervulling in haar leden: in de bloeiende velden, in de majestueuze eiken, in de vlucht van de leeuwerik, in de walvis die aan de oppervlakte komt en op elke andere manier waarop de natuur zich ten volle manifesteert. Dit geldt ook voor de seizoenen, zoals de mysterieuze vernieuwing in de lente. Het is hier in dit ontzagwekkende mysterie van het universum dat de mens zijn speciale taak heeft te vervullen. De mens geeft vorm aan de karakteristieke cultuur van iedere bioregio, zoals die bijvoorbeeld tot uiting komt in de kerkelijke liturgieën, markten en feesten, in de kunstvormen, spel, muziek en dans.

De toekomst van de mens zal worden bepaald door de manier waarop wij deelnemen aan alle zes functies in onze eigen bio-regionale levensgemeenschap. Waar het op zal neerkomen is een omslag van een uitbuitende, antropocentrische instelling naar een participerende eco- of bio-centrische houding. Tot dusver is deze discussie beperkt gebleven tot het innerlijk functioneren van de bio-regionale gemeenschappen, want dat is de meest directe basis om te overleven. Als die gemeenschappen niet hun essentiële functies kunnen uitvoeren, dan kan ook de Aarde als super bio-regionaal gebied haar rol niet vervullen. Een individuele bioregio is, zoals gezegd, tot op zekere hoogte in staat zichzelf te onderhouden, maar niet volledig. Dat komt doordat lucht en water zich niet aan grenzen houden en over de hele planeet kunnen stromen. Hetzelfde geldt voor bepaalde diersoorten. Veel vogels kunnen gemakkelijk de grenzen van bioregio’s en zelfs van hele continenten overschrijden. Dus uiteindelijk zijn alle bioregio’s van elkaar afhankelijk en als er een wordt aangetast worden ze allen aangetast. Een goed voorbeeld van deze onderlinge afhankelijkheid wordt gevormd door bepaalde toxische emissies die weliswaar op een plek kunnen ontstaan maar zich over de hele planeet via water en lucht kunnen verspreiden.

Ondanks alle problemen is er een groeiende beweging om de Aarde weer te gaan bewonen in een betere relatie met heel de levensgemeenschap. Die beweging is nog, enigszins zoekend, bezig om vorm te geven aan alle aspecten van onze samenleving, inclusief onderwijs, economie, bestuur, gezondheid en godsdienst, gebaseerd op het bioregio principe. Alleen als wij de diverse bioregio’s, en vooral onze eigen bioregio, onderkennen kunnen we onze eigen plek binnen de bio-regionale leefgemeenschap weer gaan innemen. Het is vanuit onze eigen plek binnen de bio-regionale leefgemeenschap dat we werkelijk kunnen beseffen wie we zijn.

Bioregio’s worden niet alleen geïdentificeerd door hun ecosystemen en hun geografische grenzen, maar ook door hun culturele mythen en de plaatselijke historie. De invulling hiervan bepalen wij door onze eigen deelname aan dit proces.


 

Dream of the Earth: hoofdstuk 12  ISBN 0-87156-622-2

Vertaald met toestemming van Thomas berry door Michiel Doorn. Tekst is opgenomen in het boekje Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven in 2009 door  Lulu.com  Wordt op verzoek gedrukt.

Bio regio Tilburg. Eigen foto

De Vierledige Wijsheid

Thomas Berry

(uit The Great Work, hoofdstuk 16: Fourfold Wisdom)

Nu wij aan het begin staan van het Grote Werk moeten we weten dat er een viervoudige wijsheid is die ons ter beschikking staat: de wijsheid van de eerste volkeren, de wijsheid van vrouwen, de wijsheid van de klassieke tradities en die van de wetenschap. Elk van die wijsheden moeten we tegen het licht houden, eerst in het historische raamwerk ten tijde van hun bloei, maar ook voor wat betreft hun eventuele ondersteunende rol voor de toekomst wanneer de mens en Aarde in evenwicht zijn. De wijsheid van de eerste volkeren gaat eeuwen terug, helemaal tot aan het paleolithische tijdperk en is nog steeds te vinden bij de miljoenen eerste stammen die nog over zijn. De wijsheid van de vrouwen kende haar hoogtepunt tijdens het neolithicum en is nu aan een kleine comeback bezig. De klassieke wijsheid begon enige duizenden jaren geleden tot zij werd overvleugeld door de Verlichting en de wetenschap. En de wetenschap zelf (met name de natuurwetenschap) viert enorme successen de laatste paar eeuwen, hoewel het erop lijkt dat de vergaarde kennis nog moet consolideren in wijsheid.

De wijsheid van de eerste volkeren – wordt gekenmerkt door haar intimiteit met en haar deelname aan de processen van de natuurlijke wereld. De dageraad en de avondschemering zijn momenten waarop de bron van het leven en de vernieuwing intens kan worden beleefd. In de lente barst het nieuwe leven los in alle uitbundigheid. De bloemen ontluiken en de vogels tonen zich in al hun kleurenpracht en zingen uit volle borst. En dan zijn er ook de onheilspellende momenten als donkere wolken zich samenpakken en de bliksem het firmament verlicht. Als het herfst wordt, maken de vogels zich op om te vertrekken en rijpt het graan en het fruit. De dagen worden korter en de bladeren vallen. Het land hult zich in een koude donkere deken om te rusten en krachten te verzamelen voor het nieuwe seizoen. Alle levende beesten en planten komen tevoorschijn, groeien op, bloeien, vervullen hun rol, om daarna weer te vergaan. Van stof tot stof. Een voortdurende tragedie die zichzelf telkens weer vernieuwt en opgedragen is aan het wonder van het bestaan. In deze belevingswereld vonden de eerste volkeren hun weg, hun voldoening, hun voedsel en hun bescherming tegen de elementen. Zo leerden ze over leven en dood, treurnis en festijn en zo vormden ze hun wijsheid generatie na generatie. Een wijsheid die tot uiting kwam in hun gebruiken, in zang en dans, kunst en vooral in hun verhalen. Een wijsheid die gegrondvest was op de ervaring met de Aarde zelf en met de directe ervaring van de innerlijke spirituele dimensies overal om hen heen. Een ervaring die maar moeilijk te bevatten is voor ons westerlingen. Een dialoog met deze mensen is dringend noodzakelijk om een meer integrale en duurzame symbiose te ontwikkelen met de Aarde.

De wijsheid van vrouwen – moet in ere worden hersteld. Zij is de wijsheid van de overgave, het lichaam en de creativiteit. Het is belangrijk om de meer mannelijke wijsheden die we nu kennen te integreren met het vrouwelijke: het verstandelijke weten met het weten van het lichaam, de intuïtie met de rede, synthese met analyse, ervaring door de zintuigen met intellect, subjectieve aanwezigheid met objectief waarnemen. De menselijke belevenis heeft twee gelijkwaardige deelnemers, de man en de vrouw. Het kan alleen ontplooien als beide volwaardig meedoen aan alle menselijke activiteiten in familieverband en op het gebied van overheid, scholing, spirituele beleving, kunst en de literatuur. Overal waar het menselijke avontuur plaatsvindt, horen zowel mannen als vrouwen te zijn. Elk brengen ze hun eigen verschillende capaciteiten. In veel culturen zijn vrouwen in een beperkte rol gedrongen, vaak een dienstverlenende rol, meestal in eigen huis. In deze culturen is het menselijke avontuur duidelijk van patriarchale aard met mannelijke dominantie. Die dominantie is ook terug te vinden in de relatie met de Aarde. De enige aanvaardbare houding is er een waarbij erkend wordt dat ons menselijk bestaan een samenspel is van diverse componenten. Het menselijke avontuur is maar één avontuur en bestaat uit vrouwen en mannen, kinderen en oudsten, die allen hun eigen rol vervullen. En zo is het ook met de Aarde. Er is één aards avontuur met vele deelnemers, de zee en het land, regen en wind, dieren, planten, mensen en om ons heen het geweldige universum. Niets kan zichzelf zijn zonder de samenhang met al het andere. Om zichzelf als middelpunt te beschouwen, zoals veel mannen gedaan hebben, is niet alleen schadelijk voor de vrouwen, maar ook schadelijk voor de familie en uiteindelijk voor de Aarde zelf.

Er is een immense voorraad aan historische en meer recente vrouwelijke wijsheid aanwezig die gebruikt kan worden om balans te brengen tussen de mannelijke en vrouwelijke energieën in uiteenlopende culturele instellingen, van economie tot familie en onderwijs. Maar dat is niet alles. Als het aankomt op invulling van de vrouwelijke identiteit is er een nog veel diepere bron van inspiratie. Een bron die teruggaat tot aan het laat Paleolithische tijdperk met bijzondere relevantie voor het Grote Werk om het menselijke avontuur meer in lijn te brengen met het avontuur van de Aarde.Tienduizenden jaren geleden bestond er, althans in Europa en het nabije Midden-Oosten, een vrouw-georiënteerde cultuur, die haar grootste bloei kende in het Neolithische tijdperk. De belangrijkste elementen uit die cultuur waren verbinding met en voeding door de Aarde, creativiteit in letterlijke zin, en (weder)geboorte, allen specifiek vrouwelijke eigenschappen. De schaarse gegevens uit deze tijd, die vele duizenden jaren duurde, zijn met grote kunde verzameld en geïnterpreteerd door de Litouwse archeologe Marija Gimbutas. In het algemeen kan gesteld worden dat deze “Godinnen”-cultuur een relatief vreedzame tijd was, waarin men in redelijke harmonie leefde met de natuur en die plaatsgebonden was. Het is opvallend dat er uit de opgravingen niets is gebleken van buitensporige verering van bepaalde Goden, heersers of heerseressen. Hoewel vrouwelijke eigenschappen zeer werden gewaardeerd, zijn er geen aanwijzingen dat mannen werden onderdrukt. Ook al weten we nu veel meer over deze cultuur, deze kennis valt in het niet bij al het onderzoek dat is gedaan naar de culturen die de Godinnenculturen opvolgden en die uiteindelijk zijn geassimileerd of uitgeroeid. Dit waren de mannelijke oorlogszuchtige culturen, met ruiters en wapens, waarvan men vermoedt dat deze uit het oosten kwamen. De Godinnen werden vervangen door mannelijke Goden Zeus, Yahweh, Indra en Thor. Of ze werden eenvoudig ondergeschikt gemaakt als gemalin van de nieuwe Goden. De Griekse en aanverwante culturen kenden nog genoeg Godinnen met redelijk wat macht, maar de Joodse en later Christelijke culturen maakten daar voorgoed een einde aan door alle macht te leggen bij één mannelijke God.

De wijsheid van de klassieke tradities – zijn gegrondvest op openbaring van zowel het spirituele als van het transcendente en immanente in de materiële wereld, en op de interpretatie dat de mens dient te streven naar een bepaalde vervulling en verlossing. Zo is bijvoorbeeld de Hindoe traditie uit India gebaseerd op de verbondenheid van de diepste ongedifferentieerde bron van het universum, met het uiteindelijke “zelf” van ieder mens. Zodoende is het doel van de mens om aan zichzelf te werken totdat die eenheid weer volledig is. De Boeddhistische traditie is hiermee verwant. Het universum is een soort tijdelijke illusie waar het bestaan met zorgen en leed is omringd. Mededogen en liefde voor alles wat leeft zijn basiswaarden, maar uiteindelijk is het doel weer om verenigd te worden met de grote bron van mededogen en liefde, de ware realiteit. De Chinese traditie gaat niet zozeer over de ontstijging maar richt zich meer op een aanpassing aan het eeuwigdurende proces van het universum.

De klassieke Westerse wijsheid is grotendeels gebaseerd op het bestaan van persoonlijke,hoofdzakelijk mannelijke Goden. Later werd dat maar één God, de schepper van een universum met een collectie objecten. Een belangrijke dimensie van deze traditie was dat deze persoonlijke God zich bediende van directe communicatie en dat hij zijn verordeningen dicteerde aan een selecte stam in het Midden-Oosten. Deze stam was uitverkoren. De verlossing (van het aardse) kon echter ook worden bereikt door anderen door zich conform te gedragen. Het idee van een uitverkoren groep die het bij het rechte eind had heeft een grote rol gespeeld in het Westerse expansionistische denken.

Een tweede belangrijke component van het Westerse denken is de Griekse humanistische traditie die tot uitdrukking kwam in hun bouwkunst en hun literaire werken (Aeschylus en Sophocles) en in hun filosofische beschouwingen (Plato en Aristoteles). Daarnaast was er nog een derde traditie, de Romeinse. De Romeinen hadden geweldige praktische ervaring die tot uiting kwam in hun imperialistische escapades. Toen de Judochristelijke, Romeinse en Griekse tradities bij elkaar kwamen begon de kracht van het Westerse denken zich echt te manifesteren en dat duurt tot op de dag van vandaag.

De wijsheid van de wetenschap – relevant voor het Grote Werk, ligt in de ontdekking dat het universum een opeenvolging is van evolutionaire transformaties over een zeer lange tijd. Gedurende deze transformaties doorliep het universum een aantal fasen van geringe complexiteit naar steeds toenemende uiterlijke complexiteit, en van gering bewustzijn tot steeds toenemend bewustzijn. Als fenomeen is het universum zelf-ontluikend, zelfbehoudend, en zelf-vervullend. Het idee dat het universum een doorlopend proces is met een bepaalde richting, een kosmogenese, is misschien wel de belangrijkste verandering in het menselijk bewustzijn sinds het ontwaken van het menselijke verstand in het Paleolithicum.

Vooral in de laatste drie eeuwen hebben de wetenschappelijke ontdekkingen elkaar in hoog tempo opgevolgd, met uiteindelijk de kwantummechanica en de ecologie als meest geavanceerde basiswetenschappen. Al deze ontdekkingen hebben geleid tot twee nieuwe belangrijke gewaarwordingen: Er bestaat een bepaalde harmonie in het universum, en elk onderdeel van het universum staat in verband met al het andere. Je zou kunnen zeggen dat de religie en de wetenschap in dit tijdperk tot dezelfde conclusie komen. Het individu en het universum zijn één en hebben tevens een band met elkaar. Het individu is de expressie of manifestatie van het grote geheel en kan niet bestaan zonder het grote geheel. Ze hebben elkaar nodig.

Het verhaal van het universum is één compleet verhaal waarin alles samenhangt. Omdat de mens intelligent is betekent dit dat het universum zelf in aanleg intelligent is. Al van het begin af aan was het universum in staat om intelligentie te laten ontluiken, want het universum heeft een innerlijke, psychische dimensie. De mens komt voort uit het universum en vindt zichzelf terug in het universum. Als men dit begrijpt wordt de situatie en de taak van de mens meteen duidelijk: om integraal, bewust, uitbundig en eerbiedigdeel te nemen aan de verdere evolutie en bloei van het universum en met name op onze planeet, de Aarde.


Uit The Great Work, hoofdstuk 16 ISBN 0-609-80499-5

Vertaald met toestemming van Thomas Berry door Michiel Doorn. Opgenomen in het boekje Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven bij Lulu.com in 2009. Het boekje is niet meer te verkrijgen.

Creativiteit als Grondbeginsel

Thomas Berry

(uit Evening Thoughts, Hoofdstuk 5)

Het verhaal van het universum is het belangrijkste verhaal voor de mens. Het zet uiteen hoe alles ontstond en hoe het komt dat de dingen zijn zoals ze zijn. Het verhaal zou moeten worden aangehaald bij belangrijke initiaties van een individu of een cultuur, en het is op zo’n moment dat we kunnen gaan inzien wat voor creativiteit er huist in het verhaal zelf. Het is een epos van genezing, kracht en leiding. Alle rollen die de mens vervult in zijn of haar leven zijn een voorzetting van dit verhaal. En zo is elke creatieve actie van de mens een voorzetting van de creativiteit van het universum.

Het begint ons nu duidelijk te worden dat het universum het menselijke verstand heeft voortgebracht en dat het dit verstand is dat het universum kan kennen en doorgronden. Het universum dat gekend kan worden door het menselijke verstand is het enige universum dat dit verstand kan hebben voortgebracht. Dus er is hier sprake van een nauwe band die begon met het ontstaan van het universum. Als het universum zich na de oerknal ook maar ietsje sneller of langzamer had uitgebreid, had er noch leven noch menselijke intelligentie kunnen ontstaan. In het eerste geval zou de materie in het universum zich volledig hebben verspreid, en in het tweede geval zou het te massief zijn gebleven. Zo nauwkeurig luistert de relatie tussen de oerknal en het ontstaan van menselijke intelligentie zo’n 15 miljard jaar later. Een intelligentie die nu in staat is om te bevatten waaruit en hoe het is voortgebracht.

Hoewel deze wetenschappelijke beschouwingen over het universum indrukwekkend zijn, zijn zij niets anders dan een analytische expressie van wat wij intuïtief al wisten vanaf het begin van de menselijke geschiedenis. Bijvoorbeeld, in het oude China werd de mens de “hsin” van het universum genoemd. Het woord “hsin” als pictogram is een menselijk hart en kan of als hart of als verstand vertaald worden. Dus in het oude chinees is de mens of het hart of het bewustzijn (verstand) van het universum. We zouden ons zodoende kunnen afvragen of de mens eerder een bestaansvorm (expressie) van het universum is, of een aparte bestaansvorm in het universum. Beide zijn waar, maar door de mens te zien als expressie of vorm van het geheel, en niet zozeer als apart wezen, biedt deze zienswijze een veel wezenlijker perspectief van ons bestaan en alle menselijke handelingen.

Nu we evolutie (creativiteit) als het grondbeginsel van het universum hebben geaccepteerd, kunnen we het universum zien als een opeenvolging van transformaties tot aan de dag van vandaag. Het wordt nu ook duidelijk dat wij een grote rol vervullen in deze generatieve en transformerende processen. Wij participeren door bewust vorm te geven aan onze eigen ontwikkeling, wie we zijn en wat we doen, en aan de ontwikkeling van de cultuur en maatschappij waarin we leven. Deze participatie brengt enorme verantwoordelijkheden met zich mee en vereist ook een grondige kennis van het universum waarin wij leven en hoe het universum werkt. Want het werkt met geweldige en soms vernietigende krachten, maar ook door vreedzame en creatieve processen. Al met al heeft het universum tot dusver een ongelooflijke prestatie geleverd, er is een magische en majestueuze planeet ontstaan met een ongelooflijke variëteit aan leven en recentelijk de ontluiking van het menselijke bewustzijn. Bewijs genoeg dat we deel uitmaken van een grandioos mysterie waar we op unieke wijze aan deelnemen. Het besef van dit creatieve proces als primair beginsel, als manifestatie van het universum zelf, vereist een grondige verandering van hoe wij onszelf zien en hoe we ons gedragen, want de mens is nu de dominante kracht hier op Aarde. Wat wij doen of laten bepaalt voor een groot deel het lot van dit hele creatieve proces.

In de loop van een paar eeuwen hebben wij de hele inrichting van de planeet veranderden ingegrepen in levensvormen. We hebben zelfs de fysische structuur van de planeet veranderd, denk maar aan onze ingrepen in de koolstof-, water- en stikstofkringlopen. Om de Aarde weer in balans te brengen is dus veel meer nodig dan een wijziging in onze denktrant. Het zal een verandering moeten zijn die wat schaal betreft maar zelden op Aarde heeft plaatsgevonden en daarom vergeleken kan worden met het begin van een nieuw geologisch tijdperk. Ik noem dit het ecozoïsche tijdperk, in opvolging van het paleo-, meso -, en cenozoïsche tijdperk.

In wezen is het universum één enkelvoudige realiteit, met andere woorden: erbuiten is verder niets. Dus alles wat voortkomt uit het universum en aanwezig is in het universum was er in aanleg al. Een meest recente fase komt dus altijd voort uit een eerdere fase. Deze wijsheid kunnen we op twee manieren interpreteren. De eerste manier is die van de wetenschap waarbij we de werkelijkheid kunnen analyseren en ontleden in haar elementaire bouwsteentjes (moleculen e.d.). De werkelijkheid is dan opgebouwd uit al die elementen.

We kunnen ook beginnen bij het menselijk bewustzijn. Als we daadwerkelijk beseffen wat dat bewustzijn inhoudt (als we ons bewust zijn van ons bewustzijn), dan is er geen andere conclusie mogelijk dan dat ons bestaan en functioneren een functie is van het bestaan en het functioneren van het universum zelf. Als het menselijke bewustzijn psychische en spirituele eigenschappen heeft, houdt dat in dat die eigenschappen en dat bewustzijn in ieder geval latent aanwezig waren, en misschien ook actief. Er is een universeel proces gaande dat die eigenschappen laat ontluiken. Het universum had al van begin af aan een psychische dimensie, die in elk oer-atoom terug te vinden was. Het heeft dus geen zin om het bestaan van het universum te bestuderen zonder het menselijke bewustzijn daarbij te betrekken.

Als we het bovenstaande inzicht combineren met de huidige wetenschappelijke kennis over evolutie, begint zich een integraal verhaal af te tekenen over de oorsprong en ontwikkeling van het universum en onze rol daarin. Het verhaal over het fysisch materiële (uiterlijke) universum wordt nu gecompleteerd door ons besef van de (innerlijke) psychische en bewustzijn vormende aspecten die er van begin af aan al waren. Nu kunnen we beginnen met het grote werk om de menselijke functie te herdefiniëren binnen deze nieuwe creatieve kosmologie, met speciale aandacht voor onze professionele, educatieve, religieuze, ethische en wettelijke instituten. Het is onze taak om de creatieve aspecten van dit verhaal bij elkaar te brengen en het verder te ontwikkelen, zodat het de basis vormt voor de toekomst. Er zijn zes belangrijke aspecten die hieronder worden toegelicht.

1.Het universum is de primaire openbaring van het sacrale, de primaire leidraad, de primaire plek  van communicatie tussen de mens en het sacrale.

2.Het universum is een integrale communicerende gemeenschap waar alles met elkaar verbonden is, zowel in ruimte en in de tijd. Met andere woorden, het is één systeem dat zich door de tijd heen ontwikkelt en een proces doorloopt. Als dus ergens iets verandert, bijvoorbeeld een ster, dan verandert het hele universum. Dat is vooral evident hier op Aarde. Een aantasting van een deel van de Aarde is een aantasting van de hele Aarde en wordt als zodanig door de Aarde ervaren. Hetzelfde geldt voor een verbetering.

3.De mens is de levensvorm waarin het universum en vooral de Aarde bewust wordt van zichzelf. Het lijkt erop dat dit soort bewustzijn de meest recente en meest ontwikkelde fase is van de immense evolutionaire reis van de Aarde en haar bewoners. In de vroegste fase van het menselijke bewustzijn was de mens doordrongen van de spirituele dimensies van het universum. De ervaringen die hier uit voortkwamen lagen ten grondslag aan ‘s werelds grote en kleinere religies, terwijl het menselijk bewustzijn zich verder ontwikkelde ten tijde van de grote civilisaties. Daarna, tijdens de Verlichting en in de moderne tijd, richtte de mens zijn aandacht op de doorgronding van de externe, fysieke wereld. De nieuwste fase in de evolutie van het menselijke bewustzijn is om de potenties van de voorgaande fasen bijeen te brengen in één integraal wereldbeeld.

4.De Aarde als systeem of gemeenschap houdt zichzelf in stand, voedt zichzelf, onderricht zichzelf, bestuurt zichzelf, geneest zichzelf en vindt haar eigen vervulling in de voortschrijdende evolutie. Daarom is het belangrijk dat elke menselijke handeling in samenspraak is met deze principes van de hele Aardegemeenschap.

5. De creatieve intelligentie van de levensprocessen hier op Aarde zit in de genetische codering. Deze codering gidst het ontvouwen van het leven van zowel individuen als soorten. De uiteindelijke uitdrukking hiervan is de aardse biosfeer en de processen waarbij door mutatie van genen verbeteringen worden aangebracht.

6.Met de komst van de mensachtigen ontstond er een nieuwe codering die verdere culturele ontwikkeling van de mens mogelijk maakte. De individuele mens is genetisch uitgerust voor spraak, maar op zichzelf betekent dat niet zo veel. Er was een enorme creatieve culturele ontwikkeling nodig die uiteindelijk leidde tot communicatie via taal. Overeenkomstig het principe van genetische codering zou men dus kunnen spreken van culture coderingen die verdere culture ontwikkeling steeds opnieuw mogelijk maken. En zo, gesteund door hun coderingen, ontwikkelen de menselijke culturen zichzelf verder in de richting die ze zelf kiezen. Als wij ons dit realiseren, kunnen we voelen dat dit magnifieke proces zijn oorsprong heeft in de verste diepten van het heelal.

De ontwikkeling van het universum verloopt in een duidelijke opeenvolging van fasen of sprongen en zo is het ook met de ontwikkeling van de mens. De tijd is aangebroken om de materieel-technologische fase ( wereldbeeld) te ontstijgen en een nieuwe ecologische fase van de menselijke en aardse ontwikkeling vorm te geven; het ecozoïsche tijdperk. Net als alle creativiteit, is de bron van de creatieve kracht die hiervoor nodig is de archetypische diepte van het universum. Met het Nieuwe Verhaal ( kosmologie) van het universum als leidraad wordt het pad voorwaarts zichtbaar.

————————————————————————————————————————————–

Evening Thoughts Thomas Berry , ISBN 978-1-57805-130-4

Deze tekst is met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn en opgenomen in het boek Thomas Berry, profeet van de Aarde, 2009 Lulu Com ID8075919

5 800038 861780