De Relatie met het Universum

Thomas Berry

(uit Evening Thoughts, hoofdstuk 10)

Waarom zijn onderzoekers toch zo gefascineerd door het universum in al zijn bestaansvormen hier op Aarde en ver weg in het heelal? Misschien is er een “Groter Zelf” van het universum dat als het ware een aantrekkingskracht uitoefent op het Kleine Zelf van het individu. Het is alsof het universum graag wil dat men op ontdekkingstocht gaat en ons daartoe uitnodigt. De manier waarop wij iets nieuws onderzoeken is door het te vergelijken met dingen waar we al mee bekend zijn. We leren over een nieuwe vogelsoort door het te vergelijken met vogels of dieren waar we al mee bekend zijn. Maar voor het universum in zijn geheel kan dat niet omdat er buiten het universum niets is.

Dus is het universum de enige vorm van bestaan die niet met iets anders vergeleken kan worden. Het kan alleen bestudeerd worden in relatie tot zichzelf. Maar elke andere bestaansvorm in het universum kan wel met iets anders vergeleken worden en dat op zijn beurt weer met iets anders. Als je dit maar ver genoeg doorvoert kom je uit bij het universum zelf. Uiteindelijk komt elk onderzoek en elke vergelijking uit bij het universum zelf. En zodoende geldt voor elke bestaansvorm dat de oorsprong, eindbestemming en functie ervan in relatie staan tot het universum zelf.

Zo’n bestaansvorm kan een karper zijn, of een boom, bos, of planeet, maar ook onze eigen menselijke intelligentie. Waar komt die vandaan? Uiteindelijk ligt de oorsprong van onze intelligentie in het universum zelf en is het er een uitdrukking van. En om goed te kunnen functioneren moet onze intelligentie zodoende op de één of andere manier afgestemd zijn op het universum. Als wij de menselijke intelligentie grondig willen bestuderen, zouden we er goed aan doen om te beginnen met een “universumstudie” of wel kosmologie, zoals de oude Grieken het noemden.

Zo ook behoren alle menselijke functies, bezigheden en betrekkingen een uitdrukking te zijn van het universum en haar eigen wijze van functioneren. De premoderne mensen wisten dit. Hun cultuur en de ordening van hun bezigheden was gerelateerd aan en ontleende waarde aan de kosmologische ordening. Zij leefden volgens een overeenkomst met het universum, een heilige afspraak over het bestaan waarbij elk deel van het universum zichzelf beleeft in een innige relatie met ieder ander deel. Voor deze mensen maakte hun persoonlijke bewustzijn voortdurend deel uit van hun groter universumbewustzijn. De één had geen betekenis zonder de ander.

Dat onze beleving gerelateerd moet zijn aan het universum geldt met name voor religie. Want frappant genoeg hebben de term religie en universum min of meer dezelfde betekenis. Beide termen zijn afkomstig uit het Latijn en hebben te maken met een hernieuwde eenwording. Religie of “re-ligare” betekent opnieuw verbinden (met de Oorsprong). Universum of “uni-versa” is een terugkeer van de velen naar de Eén. Daar zit in beide gevallen dus een heilig of sacraal aspect aan.

Het lijkt alsof wij moderne mensen nauwelijks waardering hebben voor de onvoorstelbare wonderen en voor de heilige dimensies van het universum. Een universum dat ontstond door een tomeloze Creativiteit die ons bevattingsvermogen ver te boven gaat. Een wereld die zijn huidige vorm heeft aangenomen door een onvoorspelbare, zelforganiserende Kracht. Wat werkelijk verbazingwekkend is, is dat deze onvoorspelbare, schijnbaar willekeurige processen een universum creëerden dat ondanks de meedogenloze en tomeloze innerlijke energie toch nauwkeurig geordend en samenhangend is.

Het verhaal van de mens en het verhaal van het universum zijn dus volledig aan elkaar gerelateerd. Maar voor de moderne mens is dat verhaal moeilijk te vertellen en te begrijpen op een wijze die echt betekenis heeft voor ons eigen bestaan. In vroegere tijden was het verhaal gebaseerd op de sterrenhemel en onze eigen planeet die zich daarin voortbewoog in steeds vernieuwende, seizoensgebonden cycli. Maar omdat we nu zoveel meer weten over onze planeet en het heelal, moet het verhaal worden aangepast en uitgebreid.

Het nieuwe verhaal moet ruimte bieden aan nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen, zoals de evolutieleer. Er moet ruimte zijn voor een universum dat voortkwam uit een oerknal, en vervolgens een onomkeerbare reeks transformaties teweeg bracht. Deze reeks loopt van geringe tot steeds toenemende complexiteit, qua structuur en functioneren, en ook van gering tot steeds complexer bewustzijn. Als een ontluikende bloemknop. Een bloem of plant komt niet alleen voort uit zichzelf, maar voedt, stuurt, en geneest zichzelf. En zo is het ook met het universum. Het nieuwe verhaal moet duidelijk maken dat voor het universum eenzelfde proces gaande is als voor de bloem. Het universum zelf en dit proces zijn de oorsprong van alles wat ontluikt, van alle inspiratie, van educatie, sturing,genezing en vervulling.

Mensen die leefden in een vroeger tijdperk hadden geen besef van bezit, maar ze beseften wel dat ze hun bestaan en bewustzijn te danken hadden aan het universum, en ze aanvaardden dat als een geschenk. Daarom was dankbaarheid en uitbundigheid hun primaire taak en vierden ze de wisseling van de seizoenen, de oogst, de jacht, enz.

Voor hen was het universum een persoonlijk universum; een wereld van intimiteit en schoonheid. Een wereld waarin elke levensvorm bestond in samenspel met elke andere levensvorm. Geen enkele levensvorm bestond, had betekenis, of vond vervulling in afzondering van de grote leefgemeenschap. En de primaire leefgemeenschap van de Aarde zelf dankte haar bestaan aan de aanwezigheid van het Heilige in haar boezem.

Alles wat de mensen nodig hadden werd verschaft door de omringende wereld: niet alleen voedsel, gereedschap en kleding, maar ook inspiratie, verbeelding, kennis, en persoonlijke vervulling. Deze vreugdevolle vervulling vond uitdrukking in lied en dans. Wat is hier tegenwoordig nog van over? Misschien zien we die vreugdevolle vervulling terug als we de tijd nemen om naar onze eigen kinderen te kijken. Kindertjes die door het gras rennen of pootje baden, met dieren omgaan, of gewoon in een plas in de achtertuin spelen op een warme zomerdag.

En net als voor de mensen van vroeger, zijn deze eerste ontdekkingen van de wereld voor onze kindertjes evenzeer de bron van educatie, esthetische gewaarwording, en levenslust. De zintuigen en geest ontwaken. En uiteindelijk is dit niet anders dan het universum dat ontwaakt, zichzelf ontdekt en bewust wordt van zich zelf! Het is het begin van het Epos van de Evolutie.


 

Evening Thoughts. hoofdstuk 10, ISBN 978-1-57805-130-4

Met toestemming van Thomas Berry vertaald door Michiel Doorn. De tekst is opgenomen in Thomas Berry. Profeet voor de Aarde. Uitgegeven in 2009 bij Lulu com. 5 800038 861780

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.